Run to the beat

VIVA_blog3_foto1Ik hartje hardlopen en ik hartje muziek en meestal gaan die twee liefdes goed samen, maar op sommige dagen niet. Nee, niet weer Lady Gaga. Tik. Volgend nummer. Sorry Kings of Leon, m’n sex is allesbehalve on fire op dit moment. Tik. Je moet inderdaad niet aan m’n Nikerrrsz zitten. Doei Opposites! Tijd voor een andere playlist.

The sound of silence
Als ik drie dagen later weer ga hardlopen, staan nog steeds dezelfde tunes in mijn playlist. Dan maar zonder iPhone en oortjes. Het is vroeg en afgezien van een paar krijsende meeuwen die een vuilniszak proberen open te pikken, is het stil op straat. Ik hoor mijn ademhaling en hoe mijn voeten neerkomen op de stoep. Eenmaal in de duinen hoor (en voel!) ik de wind en het ruisen van de zee. Wat een rust. Heerlijk!

Naar je lijf luisteren
Zes weken later heb ik nog steeds geen nieuwe playlist. Ik merk dat als ik zonder muziek loop beter naar mijn lichaam luister. Als ik een echte power song (‘Fly away’ van Lenny Kravitz is mijn lievelings) hoor, laat ik me nogal eens meeslepen: borst vooruit en gaaaaaaaan! Omdat ik nog aan het herstellen ben van een blessure wil ik niks forceren en lijkt het me beter dat ik Lenny voorlopig thuislaat. En eigenlijk vind ik het ook wel relaxed zo zonder muziek. M’n hoofd is sneller leeg en er ontstaat meer ruimte voor creativiteit; de voornaamste redenen dat ik hardlopen zo fijn vind.

Power playlist
Maar lopen met muziek heeft ook voordelen. Uit Brits onderzoek blijkt dat je sportieve prestaties 10 procent beter zijn met muziek dan wanneer je alleen naar je eigen gepuf luistert. Ren je op beats die zijn afgestemd op jouw pasfrequentie, dan loopt het voordeel op tot maar liefst 20 procent. De site JogTunes.com helpt je bij het uitzoeken van de juiste beats: geef je beats per minute en favoriete genre in en je krijgt nummers die bij jouw tempo passen. Denk dat ik voor de 22ste toch maar een nieuwe playlist ga samenstellen…

Deze blog is op 28 augustus 2013 gepost op viva.nl.

Vliegen en rennen

hardlopen op vakantieAls jullie dit lezen ben ik aan het genieten van la dolce vita. Naast een lading jurkjes en slippertjes gaan mijn hardloopspullen mee naar bella Italia. Jullie denken misschien: jij bent gek! Je hebt toch vakantie? Klopt! Maar een rondje hardlopen voordat je op een strandstoel ploft is écht zo gek nog niet. Je kunt meteen de omgeving verkennen: gezellige koffietent, check! Mooi afgelegen strand, check! Je blijft fit en hoeft als je thuiskomt de ijsjes, tiramisu en wijntjes er niet meer af te rennen.

Route
Ik bekijk op Google maps de omgeving van mijn vakantieadres en stippel een route uit. Of ik kijk op runtheplantet.com of er routes in de buurt zijn. Soms weten ze bij de receptie van je hotel een leuk rondje. In Dubai kreeg ik van de receptionist een plattegrond met hardlooproutes in de omgeving. Heb je al moeite om de weg naar je huis terug te vinden? Dan is het handig om langs water te blijven lopen: ren een paar kilometer heen, keer om en ga weer terug.

Tour + workout
In Rome heb ik een sightjogging tour geboekt. Met een gids ren ik een route langs een aantal bezienswaardigheden. Ik ben er maar een paar dagen en omdat ik zoveel mogelijk wil zien, combineer ik een tour en workout. Hoezo efficiënt?

Stay cool + safe
Als ik een jetlag heb, wacht ik een paar dagen tot ik geacclimatiseerd ben voordat ik mijn hardloopschoenen uit mijn koffer haal. Met tropische temperaturen loop ik ‘s ochtends vroeg en niet al te ver. Meestal drink ik een halve liter water en eet ik een banaan en ontbijt ik als ik terugkom. Ik neem altijd mijn telefoon, het adres van het hotel en wat cash mee. Better safe than sorry!

Relax!
Op vakantie hou ik me niet aan een trainingsschema: tijden en afstand tellen niet. Elk rondje is mooi meegenomen. Deze vakantie wil ik in ieder geval twee keer hardlopen. Dan hoef ik er ook niet van te balen dat mijn high heels plaats moesten maken voor mijn hardloopschoenen.

Deze blog is op 17 juli 2013 gepost op viva.nl.

Terug naar start

VIVA_blog1_fotoNa zes weken lang bezoekjes aan de fysio, elke dag oefeningen doen en heel veel lange wandelingen (o wat suf, maar ja doctor’s orders!) ben ik verlost van een vervelende rugblessure en mag ik ein-de-lijk weer hardlopen. Van de ene kant kan ik niet wachten om mijn hardloopschoenen aan te trekken en aan de andere kant zie ik er een beetje tegenop. Het voelt toch als ‘Ga terug naar start’.

Rustig aan
Na een blessure kun je niet zomaar weer beginnen. Je moet rustig opbouwen. Net zoals wanneer je voor het eerst begint met hardlopen, wissel je een aantal minuten hardlopen af met 2 minuten wandelen en voer je per week het aantal minuten op. En dat is best frustrerend als je het normaal gesproken prima een uur of langer vol kunt houden. Omdat ik geen enkel risico wil lopen dat ik straks wéér een aantal weken uit de running ben ga ik mezelf ertoe dwingen me aan mijn schema te houden. Ook blijf ik elke dag braaf mijn oefeningen doen en sla ik geen warming up of cooling down meer over.

Warming up en cooling down
Vaak begin ik gelijk met hardlopen als ik de deur uitga en voer ik het tempo geleidelijk op. Beter is het om eerst een paar minuten te wandelen, dan een minuut of 5 te joggen en wat oefeningen te doen. Bijvoorbeeld: al rennend je knieën heffen, met je hakken je billen aantikken en op de plaats dribbelen in een steeds hogere versnelling. Rekken bewaar je voor na je rondje.

Super sterk lijf
Een open deur, maar voorkomen is beter dan genezen. De meeste hardloopblessures ontstaan door overbelasting: te snel, te vaak, of te ver lopen. Maar ook door een instabiel gestel en onvoldoende kracht. Wat veel hardlopers vergeten is dat je met hardlopen niet alleen je benen belast, maar je hele lichaam. Bij elke stap die je zet, moet je lichaam 2 tot 3 keer je gewicht opvangen. Als je deze oefeningen drie keer per week doet verklein je de kans dat je de Dam tot Damloop mist omdat je op de bank zit met een blessure. Ook niet verkeerd: je buik, benen en billen worden strakker. Win-win!

Deze blog is op 7 juni 2013 gepost op viva.nl.

Koester je geploeter

Als ik me aan één les uit het hardloophandboek zou moeten houden is het wel: rustig aan! Voer je kilometers geleidelijk op en ga niet elke training voluit. 

Applaus
Zelf vergeet ik die les nogal eens. Vooral als ik met Nike+ loop vind ik het moeilijk om niet van elke training een wedstrijd te maken. Rood licht? Dan druk ik éérst op de pauzeknop en dan op de knop voor het voetgangerslicht. Scheelt toch weer zo’n 10 seconden op m’n pace (gemiddelde snelheid per kilometer). Onderweg hoor ik in m’n witte oortjes applaus. Leuk! Iemand ‘cheert’ voor me op Facebook. Ben ik bijna thuis en heb ik ‘nog maar’ 9,4 km gelopen? Dan loop ik een blokje om toch die 10 km aan te tikken. Bij de voordeur weet ik niet hoe gauw ik de app uit moet zetten. Terwijl ik naar binnenloop zegt Lance Armstrong: ‘Congratulations, you’ve just finished another run’. Als ik een glas onder de keukenkraan houd, heeft m’n hardlooprondje al vijf likes op Facebook en lees ik op Twitter dat ik goed bezig ben.

Op sneakers 
Waar ben ik nou he-le-maal mee bezig? Wat maakt het uit als ik drie minuten langer doe over een rondje? Er staat niemand met een medaille en bos bloemen op me te wachten. En is dat virtuele applaus echt belangrijk? Met weemoed denk ik aan mijn eerste trainingen. Op sneakers (grootste beginnerfout!) en in een grote grijze sweater. O wat had ik het zwaar. Maar wat was ik trots toen ik na 10 weken trainen 5 km kon hardlopen. Hoera! Ik ben niet dood neergevallen! Het laatste waar ik me druk om maakte was m’n pace en likes en cheers bestonden nog niet.

Klotsende oksels
Daarom wil ik tegen alle dames die hun eerste kilometers maken op hardloopschoenen zeggen: Koester je geploeter. Inclusief gehijg, klotsende oksels en rood aangelopen hoofd. Jij bent écht aan het hardlopen. Het gaat nu misschien niet zo hard als je zou willen, maar nog even en je bent een hardloopjunkie met een need for speed.

Deze blog is op 21 juni 2012 gepost op viva.nl.

Slikken of spugen

Hardlopen in de vrieskou met een heldere lucht. Daar kan geen mooie zomerdag tegen op. Toen vorig weekend de temperatuur eindelijk onder de nul graden was gezakt, spurtte ik goed ingepakt in laagjes met handschoenen aan en een band over m’n oren enthousiast naar buiten voor een rondje door de duinen.

Na een minuut of vijf voel ik iets nats boven m’n lip. Yuk, een snottebel. Voor m’n neus ophalen is het te laat en een zakdoek heb ik niet bij me. Ik buig m’n hoofd iets voorover en veeg met m’n handschoen onder m’n neus. Nog geen minuut later voel ik al weer nattigheid uit m’n neus komen. Hoe toepasselijk, ik heb een loopneus.

Terwijl ik al snuivend en vegend verder ren, denk ik aan voetballers die één neusgat dichthouden en uit het andere gat een klodder blazen. En aan de hardloper die z’n neus goed ophaalde en met een flinke rochel een mengsel van slijm en snot tufte. Toen ik de hardloper met een vies gezicht passeerde, keek hij me aan met een nonchalante blik van ik moet het toch kwijt?

Ondertussen voel ik hoe in m’n mond een klodder slijm zich met speeksel vermengt. Ik kijk om me heen. In de verte zie ik een man in een zeiljack met een Duitse Staande. Nog geen honderd meter achter me loopt een vrouw met een kinderwagen. Ik slik.

Als ik een paar dagen later met het groepje dames dat ik training geef door het Vondelpark loop, hoor ik dat een klodder speeksel de grond raakt. Een van de meiden heeft zojuist gespuugd. Zonder haar neus op te halen, zonder flinke rochel en zonder kwijl op haar kin achter te laten. Ladylike is het niet, maar echt ranzig vind ik het ook niet. De dame naast haar lijkt niet vreemd op te kijken en ze kletsen samen rustig verder.

Een paar dagen later loop ik door de Scheveningse Bosjes en voel losgekomen slijm in m’n keel kleven. Ik stop even en kijk om me heen. Ik adem diep in en tuf langs het pad. Als ik opkijk fiets er een man voorbij. Zul je altijd zien. Het lijkt alsof hij z’n wenkbrauwen optrekt. Tja, ik moet het toch kwijt?

Relatietest: hardlopen zonder TomTom

Het is even wennen, samen hardlopen met je lief. Ik heb nooit geprobeerd J. aan het hardlopen te krijgen (straks denken z’n vrienden en familie dat ik een drilsergeant ben die hem naar buiten stuurt om rondjes door de buurt te draven), maar een vriendin die een paar keer per week met een blij hoofd van de endorfine thuiskomt lijkt aanstekelijk te werken.

Het scheelde niet veel of het hardloopvirus had ook vriendlief te pakken, maar het ik-ben-’s avonds-laat-thuis en ik-ben-geen-ochtend-renner smoezenvirus was sneller. Het tweewekelijkse rondje werd één rondje per week, één rondje per week één rondje per twee weken en één rondje per twee weken één rondje per maand. Dus toen we laatst een weekend in Oslo waren en ik ’s ochtends in alle vroegte wilde hardlopen en J. er op stond mij te vergezellen dacht ik: als dat maar goed gaat.

Na nog geen kilometer rennen door de straten van de Noorse hoofdstad bleek het samen hardlopen niet de uitdaging van deze grauwe zaterdagochtend, maar het samen hardlopen in een vreemde stad. ‘Gaat het?’ en ‘Je zegt het hè als je even wilt wandelen?’ werden al snel opgevolgd door: ‘Weet je zeker dat we die kant op moeten?’, ‘Zullen we even op de plattegrond kijken?’ en ‘Ik zei toch dat we die kant op moesten!’. Op zo’n moment is iets triviaals als een niet werkende camera en zich daarover opwindende man voldoende om de drama queen met pruillip in mij wakker te schudden. ‘Ik vind er niiieeeets aan zoooo. Het is hier zoooo mooooooi maar we genieten er niet eeeeeens van.’

De opgetrokken wenkbrauwen van voorbijgangers deden me beseffen dat we een-samen-met-de-auto-op-vakantie-naar-Frankrijk-zonder-TomTom scene aan het opvoeren waren, maar dan al hardlopend door Frognerparker met een verfrommelde stadsplattegrond. En dat die TomTom heel wat relaties leuk heeft gehouden. ‘Liefje, laten we teruggaan naar het hotel. Wij gaan pas weer samen hardlopen in een vreemde stad als TomTom ook hardlooproutes navigeert.’

Foto: Worldofdiets.com

Rondje billen en borsten

‘Een vriend van me rent niet meer in het Vondelpark’, zegt vriendin L. ‘Daar lopen te veel lekkere wijven volgens hem en dat leidt af’. Huh? Ik ren elke week door het Vondelpark en er lopen inderdaad veel vrouwen. Meer dan mannen. Maar zijn de mannen dan allemaal bezig met de dames die er rondrennen? Als ik vriend R. vertel over wat ik via vriendin L. heb vernomen zegt ie met een grijns: ‘Er is een billen- en een borstenrondje. Met de klok mee zie je meer borsten, andersom meer billen. En dan moet je natuurlijk wel doorlopen, want dan zie je meer.’ 

Jemig. Wat ben ik naïef. Ineens zie ik de scène uit Flodder voor me waarin Kees naar tennissende dames kijkt en ze naakt inbeeldt. Dansende paardenstaarten, op en neer bewegende borsten en wiegende billen. Sportende vrouwen roepen erotiek op. Ik vind mezelf juist a-sexy met een rode plofkop en klotsende oksels.

Dit voorjaar kwam uit Brits onderzoek naar voren dat 24 procent van de hardlopers rent om te flirten. Dat heeft zelfs een naam: ‘flunning’ (running + flirten). 36 procent van de lopers heeft tijdens het rennen wel eens geflirt. 10 procent van de mannen denkt tijdens hardlopen aan seks tegenover 5 procent van de vrouwen. Als mijn gedachten enigszins die richting op bewegen denk ik: Fuck! Ik kan niet meer. Verder denk ik triviale dingen als je hebt gister een emmer Ben & Jerry’s naar binnen gewerkt dus kom op nog 1 rondje, heb ik de deur wel op slot gedraaid, wat is de deadline van dat artikel ook al weer en past dat shirtje bij die nieuwe broek of zal ik nog even de stad ingaan zaterdag?

10 procent van de lopers heeft dagelijks seks, 3 procent zelfs 2 keer per dag. Dat is volgens het Britse onderzoek nogal wat in vergelijking met de ondervraagde niet-renners. Zij zijn minder dan eens per maand actief in de slaapkamer.

Ik voorspel dat de hardloophype z’n hoogtepunt nog lang niet heeft bereikt.

Deze column verscheen op 1 september 2010 op het weblog van IN10 en op 8 september 2010 in De Pers. Op BNR Nieuwsradio spraken 2 presentatoren over de column.


Opnieuw beginnen

Als die meneer voorbij is, ga ik wandelen. Echt. Nog een heel klein stukje. Het gaat best. Ik voel nog niets. Nee stoppen! Je hebt maanden getraind met een lullig elastiek om zo ver te komen. Straks verpest je het. Oké, wandelen. Ongeduldig kijk ik hoe de seconden wegtikken op het schermpje van m’n iPod.

Ik ren weer m’n rondje in het Vondelpark na een vervelende kuitbeenblessure. Nou ja, ren. Ik mag een paar minuten hardlopen en dan wandel ik een minuut. En dat herhaal ik zo vaak het schema aangeeft dat ik van m’n fysio kreeg.

Nog 20 seconden en dan mag ik weer. Een man rent me tegemoet. ‘Kom op!,’ roept ie met een brede grijns. Ik wil zeggen: ‘Ik heb een blessure! Ik heb een marathon gerend!’ In plaats daarvan probeer ik te glimlachen. Die poging resulteert in een vernietigende blik van een boer met kiespijn. De man loopt rap door.

Djiez, waarom fok ik mezelf zo op? Ik ren weer! Geniet! Ik haal diep adem en neem een rustig pad langs het water.

Ik denk aan de eerste meters dat ik hardliep, zo’n 6 jaar geleden. Op sneakers, in een trainingsbroek en grijze hoody. Na 2 minuten rennen keek ik uit naar de minuut wandelen. Ik denk aan het trotse gevoel toen ik voor het eerst 5km liep. Aan m’n eerste 10km wedstrijd tijdens de marathon van Rotterdam. En dat ik toen geen moment dacht dat ik 4 jaar later dezelfde finish zou halen met 42,195km in m’n benen. Al die momenten kan ik nu opnieuw beleven. Dat is geweldig! Toch?

De timer op m’n iPod geeft aan dat er 2 minuten voorbij zijn en ik begin weer te wandelen. Als de dame die ik zojuist inhaalde voorbij komt rennen, voel ik met m’n hand aan m’n knie. Waarom doe ik dat? Ik heb helemaal geen last van m’n knie! Alsof die vrouw het kan schelen dat ik wandel. En waarom kan mij het eigenlijk iets schelen?

Ik kijk weer naar de timer op m’n iPod. Het scherm is zwart. Nee! De accu is leeg. Pfff. Opnieuw beginnen is he-le-maal niet geweldig. Ik begin weer te rennen en loop aan een stuk door naar huis.

Help! M’n fysio is ‘n hottie (2)

Nerveus speel ik met m’n iPhone in de wachtkamer van de fysiotherapiepraktijk. Ik kan maar aan één ding denken: laat Peter, m’n fysio, m’n column in De Pers niet hebben gelezen waarin ik hem mix McDreamy McSteamy noem.

‘Heb je een gesigneerd exemplaar?,’ vraagt Peter als ik eenmaal op de behandeltafel lig. Ik voel het rood optrekken van m’n hals tot m’n kruin. Thank God lig ik met m’n gezicht in het gat van de tafel. Een gat waar ik nu héél graag door zou willen kruipen tot diep onder de grond.

mcsteamyWat ben ik ook een sukkel. Natuurlijk hebben ze zich in bijna iedere fysiotherapiepraktijk in Nederland afgevraagd of mix McDreamy McSteamy bij hun werkt.

Ik giechel betrapt en zeg dat ik hoopte dat hij m’n niet column zou opmerken. Hij vertelt dat de stagiaire er mee kwam en dat z’n collega’s er hard om hebben gelachen. ‘Ga je me nu martelen?’, vraag ik. Peter lacht en zegt dat ie lief zal doen terwijl hij m’n kuiten masseert. ‘Maar je mag schoppen hoor’. Djiez, ik ben in een fucking doktersroman beland.

Als hij m’n been schudt en kont laat trillen, zegt ie: ‘Sorry, dit hoort er toch echt bij’. Pfiew, hij lijkt het wel amusant te vinden. Voor de zekerheid vraag ik of ie het écht niet vervelend vond. ‘Nee hoor, juist leuk. Ik sta natuurlijk niet elke dag in de krant. Heb het thuis ook laten lezen.’ Hihi, subtiele manier om te laten weten dat ie voorzien is. O nee, wacht even. Hij denkt toch niet dat ik verliefd ben? Dat ik met een bonzend hart in de wachtkamer zit. Dat ik fantaseer over wat we nog meer op die behandeltafel kunnen doen. Zal ik zeggen dat hij zich geen zorgen hoeft te maken? Dat ik hem heus niet op de tafel trek?

‘Hoe gaat het met je training voor de marathon?’ Gelukkig, ander onderwerp.

‘Volgende week zelfde tijd?’, vraagt Peter als ik me heb aangekleed.

‘Oké,’ zeg ik, ‘tot volgende week’.

‘Geen gekke dingen schrijven hè?’

Deze column is op 30 maart 2010 gepubliceerd in De Pers.

Help! M’n fysio is een hottie (1)

‘Ik wil graag een afspraak maken bij Dirk,’ zeg ik als ik de fysiotherapiepraktijk bel. ‘Dirk is al een tijdje ziek,’ vertelt de stem aan de andere kant van de lijn. ‘Maar ik kan wel een afspraak voor je maken bij Peter, hij is ook sporttherapeut.’

Twee dagen later zit ik in de wachtkamer tegenover een man in een kakikleurige broek met sportschoenen. Hij leest de Metro. Ik lees met een half oog de Vrij Nederland van augustus 2009. Dan gaat de deur naar de gang met behandelkamers open.

McDreamyOMG, dit is McDreamy. Nee, McSteamy. Nee, een kruising. Maar dan jonger. Als hij maar niet Peter is. Laat hem please, please, please niet Peter zijn. ‘Ze zijn nog bezig in de oefenruimte maar je kunt alvast doorlopen hoor,’ zegt mix McDreamy McSteamy tegen de kakikleurige broek met sportschoenen. Pfiew! Als ik m’n blik vlug weer in de Vrij Nederland richt zegt ie m’n naam. Schoorvoetend loop ik de behandelkamer binnen.

Peter laat me plaatsnemen op de stoel naast zijn bureau. Ik vertel over mijn training voor de marathon, m’n pijnlijke kuiten en hiel. Peter staat op en slaat met z’n hand op de bank. ‘Ga maar liggen, dan praten we ondertussen verder’. Gedwee trek ik m’n sneakers en sokken uit. Als ik m’n joggingbroek aan het haakje ophang haal ik opgelucht adem. Ik heb vanmorgen geen string aangetrokken maar een hipster.

Ik kruip op de bank en leg m’n hoofd in het daarvoor bestemde gat. Peter stelt 100 vragen over m’n training, waarom ik hardloop en wat voor werk ik doe. Hardhandig masseert hij m’n kuiten. Ik doe heel hard m’n best niet te schoppen. Dan vertelt hij hoe belangrijk voetverzorging is als je hardloopt. ‘Ik zie hier een paar kloofjes.’ Hij wrijft met z’n duim over m’n hiel. Nee, ik heb hielkloven! En dat moet uitgerekend hij aanwijzen! Dan schudt hij m’n been om te kijken hoe los de boel nu is. Ik voel m’n onderbeen, bovenbeen en kont trillen. Charming, heel charming. Net zo charming als de bankafdruk in m’n gezicht die ik in de spiegel ontdek als ik m’n broek aantrek.

‘Volgende week zelfde tijd?’ Ik knik, glimlach, pak het afsprakenkaartje en spurt de deur uit. Richting de Etos voor anti-hielkloven crème.

Deze column is op 22 maart 2010 gepubliceerd in De Pers.