Terug naar start

VIVA_blog1_fotoNa zes weken lang bezoekjes aan de fysio, elke dag oefeningen doen en heel veel lange wandelingen (o wat suf, maar ja doctor’s orders!) ben ik verlost van een vervelende rugblessure en mag ik ein-de-lijk weer hardlopen. Van de ene kant kan ik niet wachten om mijn hardloopschoenen aan te trekken en aan de andere kant zie ik er een beetje tegenop. Het voelt toch als ‘Ga terug naar start’.

Rustig aan
Na een blessure kun je niet zomaar weer beginnen. Je moet rustig opbouwen. Net zoals wanneer je voor het eerst begint met hardlopen, wissel je een aantal minuten hardlopen af met 2 minuten wandelen en voer je per week het aantal minuten op. En dat is best frustrerend als je het normaal gesproken prima een uur of langer vol kunt houden. Omdat ik geen enkel risico wil lopen dat ik straks wéér een aantal weken uit de running ben ga ik mezelf ertoe dwingen me aan mijn schema te houden. Ook blijf ik elke dag braaf mijn oefeningen doen en sla ik geen warming up of cooling down meer over.

Warming up en cooling down
Vaak begin ik gelijk met hardlopen als ik de deur uitga en voer ik het tempo geleidelijk op. Beter is het om eerst een paar minuten te wandelen, dan een minuut of 5 te joggen en wat oefeningen te doen. Bijvoorbeeld: al rennend je knieën heffen, met je hakken je billen aantikken en op de plaats dribbelen in een steeds hogere versnelling. Rekken bewaar je voor na je rondje.

Super sterk lijf
Een open deur, maar voorkomen is beter dan genezen. De meeste hardloopblessures ontstaan door overbelasting: te snel, te vaak, of te ver lopen. Maar ook door een instabiel gestel en onvoldoende kracht. Wat veel hardlopers vergeten is dat je met hardlopen niet alleen je benen belast, maar je hele lichaam. Bij elke stap die je zet, moet je lichaam 2 tot 3 keer je gewicht opvangen. Als je deze oefeningen drie keer per week doet verklein je de kans dat je de Dam tot Damloop mist omdat je op de bank zit met een blessure. Ook niet verkeerd: je buik, benen en billen worden strakker. Win-win!

Deze blog is op 7 juni 2013 gepost op viva.nl.

Opnieuw beginnen

Als die meneer voorbij is, ga ik wandelen. Echt. Nog een heel klein stukje. Het gaat best. Ik voel nog niets. Nee stoppen! Je hebt maanden getraind met een lullig elastiek om zo ver te komen. Straks verpest je het. Oké, wandelen. Ongeduldig kijk ik hoe de seconden wegtikken op het schermpje van m’n iPod.

Ik ren weer m’n rondje in het Vondelpark na een vervelende kuitbeenblessure. Nou ja, ren. Ik mag een paar minuten hardlopen en dan wandel ik een minuut. En dat herhaal ik zo vaak het schema aangeeft dat ik van m’n fysio kreeg.

Nog 20 seconden en dan mag ik weer. Een man rent me tegemoet. ‘Kom op!,’ roept ie met een brede grijns. Ik wil zeggen: ‘Ik heb een blessure! Ik heb een marathon gerend!’ In plaats daarvan probeer ik te glimlachen. Die poging resulteert in een vernietigende blik van een boer met kiespijn. De man loopt rap door.

Djiez, waarom fok ik mezelf zo op? Ik ren weer! Geniet! Ik haal diep adem en neem een rustig pad langs het water.

Ik denk aan de eerste meters dat ik hardliep, zo’n 6 jaar geleden. Op sneakers, in een trainingsbroek en grijze hoody. Na 2 minuten rennen keek ik uit naar de minuut wandelen. Ik denk aan het trotse gevoel toen ik voor het eerst 5km liep. Aan m’n eerste 10km wedstrijd tijdens de marathon van Rotterdam. En dat ik toen geen moment dacht dat ik 4 jaar later dezelfde finish zou halen met 42,195km in m’n benen. Al die momenten kan ik nu opnieuw beleven. Dat is geweldig! Toch?

De timer op m’n iPod geeft aan dat er 2 minuten voorbij zijn en ik begin weer te wandelen. Als de dame die ik zojuist inhaalde voorbij komt rennen, voel ik met m’n hand aan m’n knie. Waarom doe ik dat? Ik heb helemaal geen last van m’n knie! Alsof die vrouw het kan schelen dat ik wandel. En waarom kan mij het eigenlijk iets schelen?

Ik kijk weer naar de timer op m’n iPod. Het scherm is zwart. Nee! De accu is leeg. Pfff. Opnieuw beginnen is he-le-maal niet geweldig. Ik begin weer te rennen en loop aan een stuk door naar huis.

Help! M’n fysio is ‘n hottie (2)

Nerveus speel ik met m’n iPhone in de wachtkamer van de fysiotherapiepraktijk. Ik kan maar aan één ding denken: laat Peter, m’n fysio, m’n column in De Pers niet hebben gelezen waarin ik hem mix McDreamy McSteamy noem.

‘Heb je een gesigneerd exemplaar?,’ vraagt Peter als ik eenmaal op de behandeltafel lig. Ik voel het rood optrekken van m’n hals tot m’n kruin. Thank God lig ik met m’n gezicht in het gat van de tafel. Een gat waar ik nu héél graag door zou willen kruipen tot diep onder de grond.

mcsteamyWat ben ik ook een sukkel. Natuurlijk hebben ze zich in bijna iedere fysiotherapiepraktijk in Nederland afgevraagd of mix McDreamy McSteamy bij hun werkt.

Ik giechel betrapt en zeg dat ik hoopte dat hij m’n niet column zou opmerken. Hij vertelt dat de stagiaire er mee kwam en dat z’n collega’s er hard om hebben gelachen. ‘Ga je me nu martelen?’, vraag ik. Peter lacht en zegt dat ie lief zal doen terwijl hij m’n kuiten masseert. ‘Maar je mag schoppen hoor’. Djiez, ik ben in een fucking doktersroman beland.

Als hij m’n been schudt en kont laat trillen, zegt ie: ‘Sorry, dit hoort er toch echt bij’. Pfiew, hij lijkt het wel amusant te vinden. Voor de zekerheid vraag ik of ie het écht niet vervelend vond. ‘Nee hoor, juist leuk. Ik sta natuurlijk niet elke dag in de krant. Heb het thuis ook laten lezen.’ Hihi, subtiele manier om te laten weten dat ie voorzien is. O nee, wacht even. Hij denkt toch niet dat ik verliefd ben? Dat ik met een bonzend hart in de wachtkamer zit. Dat ik fantaseer over wat we nog meer op die behandeltafel kunnen doen. Zal ik zeggen dat hij zich geen zorgen hoeft te maken? Dat ik hem heus niet op de tafel trek?

‘Hoe gaat het met je training voor de marathon?’ Gelukkig, ander onderwerp.

‘Volgende week zelfde tijd?’, vraagt Peter als ik me heb aangekleed.

‘Oké,’ zeg ik, ‘tot volgende week’.

‘Geen gekke dingen schrijven hè?’

Deze column is op 30 maart 2010 gepubliceerd in De Pers.

Help! M’n fysio is een hottie (1)

‘Ik wil graag een afspraak maken bij Dirk,’ zeg ik als ik de fysiotherapiepraktijk bel. ‘Dirk is al een tijdje ziek,’ vertelt de stem aan de andere kant van de lijn. ‘Maar ik kan wel een afspraak voor je maken bij Peter, hij is ook sporttherapeut.’

Twee dagen later zit ik in de wachtkamer tegenover een man in een kakikleurige broek met sportschoenen. Hij leest de Metro. Ik lees met een half oog de Vrij Nederland van augustus 2009. Dan gaat de deur naar de gang met behandelkamers open.

McDreamyOMG, dit is McDreamy. Nee, McSteamy. Nee, een kruising. Maar dan jonger. Als hij maar niet Peter is. Laat hem please, please, please niet Peter zijn. ‘Ze zijn nog bezig in de oefenruimte maar je kunt alvast doorlopen hoor,’ zegt mix McDreamy McSteamy tegen de kakikleurige broek met sportschoenen. Pfiew! Als ik m’n blik vlug weer in de Vrij Nederland richt zegt ie m’n naam. Schoorvoetend loop ik de behandelkamer binnen.

Peter laat me plaatsnemen op de stoel naast zijn bureau. Ik vertel over mijn training voor de marathon, m’n pijnlijke kuiten en hiel. Peter staat op en slaat met z’n hand op de bank. ‘Ga maar liggen, dan praten we ondertussen verder’. Gedwee trek ik m’n sneakers en sokken uit. Als ik m’n joggingbroek aan het haakje ophang haal ik opgelucht adem. Ik heb vanmorgen geen string aangetrokken maar een hipster.

Ik kruip op de bank en leg m’n hoofd in het daarvoor bestemde gat. Peter stelt 100 vragen over m’n training, waarom ik hardloop en wat voor werk ik doe. Hardhandig masseert hij m’n kuiten. Ik doe heel hard m’n best niet te schoppen. Dan vertelt hij hoe belangrijk voetverzorging is als je hardloopt. ‘Ik zie hier een paar kloofjes.’ Hij wrijft met z’n duim over m’n hiel. Nee, ik heb hielkloven! En dat moet uitgerekend hij aanwijzen! Dan schudt hij m’n been om te kijken hoe los de boel nu is. Ik voel m’n onderbeen, bovenbeen en kont trillen. Charming, heel charming. Net zo charming als de bankafdruk in m’n gezicht die ik in de spiegel ontdek als ik m’n broek aantrek.

‘Volgende week zelfde tijd?’ Ik knik, glimlach, pak het afsprakenkaartje en spurt de deur uit. Richting de Etos voor anti-hielkloven crème.

Deze column is op 22 maart 2010 gepubliceerd in De Pers.