‘Heb jij zin om te helpen een PAX-kast in elkaar te zetten? Nee is een heeeeeel begrijpelijk antwoord hoor!’, mailt vriendin L. Ze heeft een vriendje, waarom vraagt ze hem niet? Dan lees ik dat hij het weekend druk is met meisjeskonten kijken bij een of andere miss verkiezing. Ik weet nu wie ik kan vragen te helpen met m’n kozijnen verven dus mail ik terug: ‘Natuurlijk kom ik je helpen’.
Als ik bij vriendin L. kom, zit ze op de grond en telt zorgvuldig het aantal schroeven en pluggen. ‘Het klopt’, zegt ze opgelucht. ‘Muziekje aan en we kunnen beginnen’, zeg ik. ‘Chill of power?’ ‘Powerrrr!’
‘We schroeven eerst deze twee kanten in elkaar en dan zetten we hem rechtop en monteren de rest’, instrueert L. We tellen gaatjes, schroeven en timmeren en zetten de kast overeind. ‘Gaat best goed hè?’, zegt L. verbaasd. ‘Hartstikke goed’, zeg ik zelfverzekerd. ‘Alleen de planken, roedes en lades nog en we zijn klaar!’
‘Deze la komt hier’. L. pakt een plastic la met 6 vakjes. ‘Hier komen m’n strings en broekjes en daar m’n accessoires. M’n beha’s komen in die andere la.’ Ze demonstreert hoe ze mooi achter elkaar op kleur opgeborgen worden. Ik denk aan m’n rommel ondergoed la en glimlach ietwat jaloers.
Samen hangen we de la met vakjes op z’n plek. Doinggg! We hebben de geleider op z’n kop gemonteerd. ‘Nee’, gilt L. als ze de la oppakt. De schotjes voor de vakjes zijn gebroken. Ik krijg het een beetje warm. Was het mijn schuld?
Nog een la, nieuwe kansen. Ik lees het papier met instructies en monteer de pluggen. Dan hangen we de la in de geleiders. Op de plek waar de la in de geleider moet vallen zitten plastic plugjes die ik er zojuist heb ingestopt. ‘Stond dat in de handleiding?’, vraagt L. geïrriteerd. ‘Volgens mij wel’. We keren de la om en pakken de instructies erbij. ‘Uhm, niet dus,’ zeg ik. ‘Maar het leek zo logisch. Waar moeten ze anders in?’ L. probeert met haar tanden de plugjes uit de gaten te krijgen. Ik zucht sorry en hoe ik zo stom kon zijn. ‘Heb je een dun mesje of iets?’, opper ik. L. komt terug uit de keuken met een olijfvorkje en wipt de plugjes er uit. Pfiewwww!
Een half uur later hangen de lades, roedes en planken op hun plek. ‘Mooi he?’ zegt L. terwijl ze een paar bloesjes ophangt. ‘Prachtig!’, zeg ik.
Als ik naar huis ga liggen de plastic plugjes nog ergens op de grond.
Ik ga Gijsje redden. Ik zie mezelf al zitten met Gijsje op schoot terwijl ik de eigenaresse bel. Zielsgelukkig spurt ze met haar kattenmand naar mijn huis. Met een verterende glimlach kijk ik toe hoe het beest en zijn baasje worden herenigd.
Wat ben ik ook een sukkel. Natuurlijk hebben ze zich in bijna iedere fysiotherapiepraktijk in Nederland afgevraagd of mix McDreamy McSteamy bij hun werkt.
OMG, dit is McDreamy. Nee, McSteamy. Nee, een kruising. Maar dan jonger. Als hij maar niet Peter is. Laat hem please, please, please niet Peter zijn. ‘Ze zijn nog bezig in de oefenruimte maar je kunt alvast doorlopen hoor,’ zegt mix McDreamy McSteamy tegen de kakikleurige broek met sportschoenen. Pfiew! Als ik m’n blik vlug weer in de Vrij Nederland richt zegt ie m’n naam. Schoorvoetend loop ik de behandelkamer binnen.
‘Ik ben nu eindelijk blij met mezelf.’
Oh nee, hij komt nog dichterbij. Als een luipaard die zijn prooi gadeslaat, zijn bek aflikkend bij de gedachte dat hij straks zijn tanden in een lekker hapje zet. Als een opgejaagde hinde versnel ik. Maar daar is ie al. Hij loopt nu naast me. Met een schuin oog inspecteer ik m’n achtervolger. Kort grijs haar, ongeschoren, een bril en minstens 55 plus. Die kan ik mak-ke-lijk aan! Ik zet nog een tandje bij. Haha, pak aan! Kun je wel, jonge vrouwen opjagen? Maar in plaats van dat hij langzaam verdwijnt in een zwart stipje in de verte, hoor ik z’n gesnotter nog steeds. Hij rent nu schuin achter me.