Let’s glow

Blog1_PicFrameVandaag is m’n nieuwe project live gegaan: Glow mag. In m’n eerste blog schrijf ik over mijn persoonlijke reis naar Glow.

Mijn eerste stap naar Glow zette ik zo’n tien jaar geleden. Ik was net klaar met de hbo-opleiding Communicatie en vond het hoog tijd om weer iets aan mijn conditie te doen. En die witte wijn, koek en snoep kilo’s wilde ik ook graag kwijt. Ik besloot te gaan hardlopen. Op internet vond ik een schema voor beginners en na 10 weken liep ik 5 kilometer. O wat vond ik het zwaar, maar wat was ik trots! Ik had de smaak te pakken en trainde verder met een schema voor 10 kilometer. Omdat hardlopen met een sterk lichaam een stuk beter gaat, ging ik ook aan krachttraining en yoga doen.

Toen ik vijf jaar geleden een burn out kreeg, besefte ik hoe belangrijk sporten voor me was geworden. Mijn hardloopschoenen werden mijn beste maatjes. Soms moest ik mezelf echt naar buiten slepen en zag ik onderweg alleen stoeptegels. Na elk rondje had ik het gevoel: je hebt dit toch maar weer gedaan. Na een tijdje ging ik letterlijk en figuurlijk weer rechtop lopen. Ik voelde de grond onder m’n voeten, zag de bladeren aan de bomen en de wolken in de lucht en wist: het gaat beter met me.

Met eten heb ik altijd een soort haat-liefde verhouding gehad. Ik kon de hele dag gezond eten en ‘s avonds op de bank een pak koekjes leeg eten. Ik had weinig energie en vaak last van mijn buik (niet alleen na dat pak koekjes). Ik ben me meer gaan verdiepen in gezonde voeding en leerde dat je je lichaam niet moet vullen, maar – zoals het woord al zegt – moet voeden. Een dieet heb ik nooit gevolgd. Diëten werken wel, maar niet voor de lange termijn. Ik geloof in het vinden van een levensstijl die bij je past en zonder moeite kunt volhouden. En dat je goed naar je lichaam moet luisteren: alleen eten wanneer je écht trek hebt en stoppen wanneer je genoeg hebt gehad. Voor mij werkt de 80-20-regel: 80 procent van wat ik eet is gezond en puur. De 20 procent is speelruimte voor af en toe een wijntje of koekje, maar dan hou ik het er bij één, nou vooruit soms twee. Ik hou nu echt van eten en koken. En ik geniet net zo van een bord vol groenten als van een stuk chocola. Ik vind het leuk om nieuwe recepten uit te proberen, maar ik ga ook graag uit eten om de creaties van echte koks te zien en te proeven.

Als freelance journalist schrijf ik over sport, voeding en gezondheid. Om me nog beter in deze onderwerpen te verdiepen heb ik de opleiding Vitaliteitscoach gevolgd. Steeds vaker krijg ik van mensen uit m’n omgeving vragen over sport en voeding. Zo is het idee voor Glow ontstaan.

Glow gaat over goed voor jezelf zorgen en je goed voelen. Over sporten. Niet over strakke billen en een platte buik, maar over jezelf in het zweet werken omdat het zo’n goed gevoel geeft. Over gezond eten. Niet over calorieën tellen, maar over eten dat je lichaam voedt en smaakpapillen prikkelt. En over plezier hebben en genieten van al het moois wat er op de wereld te zien en beleven is. Van sporten, gezond eten en genieten van het leven ga je stralen. Wie wil dat nou niet? Op Glow vind je je dagelijkse dosis inspiratie voor een healthy and sporty lifestyle. Van recepten tot workout tips en de nieuwste sports gear en van interviews met glowlicious peeps tot de leukste hotspots en bijzondere vakantiebestemmingen.

Take care. Have fun. Be happy.
Nienke

Deze blog is op 25 september 2013 gepost op glowmag.nl.

Stumper van de klas

Yoga is goed om je lijf soepel te houden en helemaal als je hardloopt en je zulke korte beenspieren hebt als ik. Ik heb een enkel- en kuitbeenblessure en al bijna 2 maanden niet gerend. Ik wil dolgraag naar yoga maar ik durf niet.

7 jaar geleden volgde ik een paar lessen. In mijn klas legden 60-plus dames moeiteloos hun handen plat op de grond. Ik was de jongste en kreeg m’n benen niet eens gestrekt! Ik hou er niet van de stumper van de klas te zijn, dus stopte ik.

Maar ik hou meer van hardlopen dan dat ik er niet van hou de stumper van de klas te zijn. Daarom geef ik mezelf een schop onder m’n kont richting de yogastudio om de hoek voor een proefles. De ruimte is licht met een houten vloer. Het ruikt er fris en zoet. Een man met een lange grijze staart praat met de yogalerares. Hij doet me denken aan een Zen Master die zonder centje pijn 5 dagen op een berg kan zitten mediteren.

We beginnen met een oefening op een opgerold yogamatje waar we met onze onderrug langzaam over heen bewegen. Dat gaat best makkelijk. En het voelt ook prettig. Alsof m’n rug langer wordt. In m’n ooghoek zie ik de Zen Master worstelen om z’n benen in de lucht te krijgen. Goh, hij is dus niet zo lenig als ie er uitziet.

Dan moeten we een bankje pakken. Voordat ik me kan afvragen wat we daarmee gaan doen, vliegen er benen rondom me de lucht in.  Oh nee, ik moet op m’n hoofd gaan staan! M’n klasgenoten staan met gesloten ogen met hun benen in de lucht. Hé, dat ziet er best indrukwekkend uit. Heel zen. De yogalerares komt naar me toe en instrueert hoe ik m’n schouders op het bankje zet en m’n hoofd tussen de plankjes steek. Voorzichtig zet ik af en steek m’n benen in de lucht.

Wiehaa, ik sta op m’n hoofd! Ik voel dat ik rood aanloop. Nog roder. Ik sluit m’n ogen om de druk in m’n hoofd weg te zennen maar zo zen ben ik (nog) niet. Ik laat m’n benen zakken en ga staan.

‘Netjes hoor’, zegt de yogalerares. ‘Dat lukt lang niet iedere beginner. Kom je volgende week weer?’

Ja, leuk!