‘Wat doe je toch de hele tijd met je mobiel?’
‘Twitteren.’
‘Dat is toch iets voor nerds en mensen die zichzelf heel erg interessant vinden?’
‘Nee joh, ook meisjes zoals ik twitteren.’
‘Pfff al om 5 uur wakker’. ‘Onderweg van Bussum Zuid naar Amsterdam Centraal’. ‘Propvol van de sushi. Nu uitbuiken onder Desperate Housewives’. ‘Gesport en nu verzinnen wat ik ga eten’.
Dit soort spannende berichten over mijn oh zo geweldig avontuurlijke leventje twitter ik de wereld in. Mijn vrienden die ik vóór het internettijdperk heb leren kennen en stuk voor stuk het getwitter aan zich voorbij laten gaan, snappen er helemaal niets van.
‘Dan is het nu ineens hip zeker?’
‘Ik doe het al een jaar hoor!’
‘Maar waarom dan?’
‘Nou eeeeeuuuuh, omdat ik het leuk vind.’
Tja, who gives a shit dat ik slecht heb geslapen en in a desperate need ben voor een cafeïne-infuus of dat er een dode muis in m’n magnetron zit? En wat kan mij het schelen dat @huppeldepup de hond gaat uitlaten en @dinges zelfmoordneigingen heeft omdat z’n internetverbinding al de hele dag plat ligt? Helemaal niks natuurlijk.
‘Maar wat is er dan zo leuk aan?’
‘Nou euuuh……‘
Het is een hele geruststelling dat honderden mensen er net zo’n enerverend leven op na houden als ik. Ook zij hebben last van muizen. En hangen op zaterdagavond gewoon thuis op de bank. Met of zonder kids met bakje Nibb-it. Ook zij hebben geen zin om te sporten (maar zijn wel zo sportief mij naar de sportschool te coachen). Ze zitten ook te mokken als het regent en ook hun natgeregende haar droogt op als coupe ontplofte föhn. En ook zij worden blij van een avondje wijn drinken met vrienden. En de volgende dag wakker met een kater.
‘Maar dat weet je zo toch ook wel?’
‘Nou tja, euuuh… ‘
‘Heb je die mensen wel eens in het echt gezien?’
‘Sommige wel.’
‘En?’
‘Hoezo?’
‘Nou hoe zijn ze?’
‘Gewoon. Leuk. Heb zelfs via Twitter nieuwe vrienden gemaakt.’
‘Goh?’
‘Ja. Leuk hè?’
‘Maar dat kan toch ook in de kroeg of sportschool? Of op je werk?’
‘Ja, dat kan. Maar dus ook via Twitter.
‘Hmm, begrijp er nog steeds weinig van.’
‘Ik eigenlijk ook.’