Run the world (ll)

In mijn vorige blog vertelde ik dat ik het heerlijk vind om hard te lopen op plekken waar ik nog niet eerder ben geweest en dat Nieuw-Zeeland van Australië wint als het gaat om de mooiste hardloopervaringen en dat Stockholm Oslo verslaat.

In het tweede en laatste deel een battle tussen twee hippe Amerikaanse steden en twee hete bestemmingen.

New York vs. San Francisco
Hip versus hippie. In New York heb ik een paar keer in Central Park gelopen. Een rondje is ongeveer 10km en de noordkant van het park is best heuvelachtig, dus pittig. Rond het Jacqueline Kennedy Onassis Reservoir zie je de wolkenkrabbers boven de boomtoppen uitpiepen en waan je je bijna een New Yorker.

NYC

In San Francisco liep ik de NWM. Over een heuvelachtig parcours langs de kust en Golden Gate Bridge. Het uitzicht over de oceaan is echt geweldig en ook het Golden Park is een indrukwekkend uitgestrekt park om in te lopen. Als je alleen op Hollandse hoogten traint zijn die heuvels best pittig.

San Fran

Winnaar: geen
+ NY sfeer
+ San Fran uitzicht

Malediven vs. Dubai
Heet versus heetst. De Malediven, een paradijs op aarde. Oké, dit is meer een bestemming om onder een palmboom te liggen met een cocktail in je hand. Maar na een paar dagen relaxen moest ik echt even het luie zweet eruit rennen. Kani, het eilandje waar ik verbleef, is piepklein. Drie rondjes eiland en ik had nog maar 5km gelopen. Gelukkig verveelt het uitzicht op een wit zandstrand en azuurblauwe zee niet gauw.

Malediven

In Dubai stap je niet zo de deur uit om een rondje te lopen. Ten eerste moet je echt vroeg op, om niet in de extreme hitte te lopen. En ten tweede kun je niet overal op straat hardlopen. Verblijf je in een hotel in Marina Bay, dan kun je over de boulevard en door de haven lopen. Leuker is om een bus of taxi naar het Al Safa Park te nemen en te lopen over het aangelegde jog track van 3,4km rond het park. Hier lopen veel expats maar ook vrouwen in burka’s.

DubaiWinnaar: Malediven
++ klimaat, uitzicht

En omdat je altijd moet blijven dromen… Argentinië, Canada, IJsland, Japan, Rusland en Zuid-Afrika wil ik ook best op hardloopschoenen ontdekken.

Welke bestemmingen staan op jouw bucket list?

Run the world (l)

Als ik een city trip maak of op reis ben, vind ik het heerlijk om de omgeving al rennend te ontdekken. En ik ben een enorme bofkont, want ik heb al best wat mooie bestemmingen op hardloopschoenen verkend. Eigenlijk wilde ik een top 10 samenstellen van de gaafste plekken waar ik heb gelopen, maar ik kan niet kiezen. Moet Stockholm, waar ik met -20 in de sneeuw liep, op nummer 1? Of de Malediven, hallo paradijs! Of New York. Want, hallo? New York! En San Francisco, Sydney, Queenstown, Dubai en Oslo dan?

Daarom beschrijf ik een battle tussen de plekken die de meeste indruk hebben gemaakt en waar ik het lekkerst heb gelopen.

Australië vs. Nieuw-Zeeland
Ruig versus fijn. Mijn eerste hardloopavontuur down under beleefde ik in Clifton Beach, een plaatsje aan het Great Barrier Reef. Na een kilometer kwam ik een bord tegen: ‘Pas op voor krokodillen’. Slik. Maar een blokje om. In Townsville liep ik ‘s ochtends vroeg over de boulevard tussen wandelende senioren en joggende dertigers. Langs het pad gingen mannen en vrouwen helemaal los op fitnesstoestellen. Een lekkere sporty vibe dus. In Sydney liep ik langs het Opera House en de Harbour Brigde, door Royal Botanic Gardens en Hyde Park. Geweldig rondje sightjogging. Dan Melbourne. Hier liep ik in St. Kilda en Albert Park. Leuk. Maar het voelde zoals de Aussies zeggen: ‘You’ll eather love Sydney or Melbourne’. En Sydney had mijn hart al veroverd.

Clifton Beach

Sydney

Sydney

Melbourne

Auckland, de hoofdstad van Nieuw-Zeeland, is een beetje saai. Ik liep in Albert Park en Albert Domain en door de haven. Prima plekken om even in actie te komen, maar net zoals de stad: niet echt bijzonder. Net buiten de stad schijn je prachtige routes door de natuur te kunnen lopen, maar daar had ik helaas geen tijd voor. Queenstown, op het Zuidereiland, is wel bijzonder. Dit stadje ademt avontuur. Je kunt er mountainbiken, kajakken, parasailen en in de winter skiën en snowboarden. Ik liep een trailroute langs het prachtige Lake Wakatiu. Save the best for last: Waihopai Valley. Hier rende ik in de middle of nowhere langs een rivier, tussen schapen en koeien, omringd door vijftig tinten groen. En per ongeluk op het land van een boer (met snor, cowboyhoed, geruit overhemd, geweer en drie honden), die me vriendelijk verzocht rechtsomkeert te maken. Maar dan moest ik wel even wachten bij de brug, want z’n schapen moesten er eerst over.

Auckland

Queenstown

Waihopa Valley

Winnaar: Nieuw Zeeland
+++ puur, schoon, groen groener groenst

Stockholm vs. Oslo
Bruisend versus ingetogen. I love Stockholm. De mensen, de winkels, mode, koffietentjes, de hele sfeer van deze stad vind ik te gek. Ik liep hier op oudejaarsdag met bijna -20 langs Riddagfjärden: een waterig winterzonnetje, prachtig uitzicht op het water en de stad en knisperende sneeuw onder m’n voeten. Terug in mijn hotelkamer heb ik een half uur onder de douche gestaan om weer warm te worden, maar o wat had ik heerlijk gelopen.

Stockholm

Oslo is uitgestrekt, glooiend, groen. En duur. Als je hier wilt shoppen en uitgebreid tafelen is het handig als je creditcardlimiet voldoende toereikend is. Gelukkig was ik hier niet om te eten en shoppen, maar om hard te lopen. Ik liep een route door de stad en vier parken. Overal was het rustig. Het was herfst en de bladeren aan de bomen leken een roodoranje vuurzee.

Oslo

Winnaar: Stockholm
+ sfeer

In m’n volgende blog part ll: New York vs. San Francisco en de Malediven vs. Dubai.

Wat is de mooiste plek waar jij hebt hardgelopen?

NWM2012

Duizenden dansende paarden-staarten, een gospelkoor, een dikke laag mist, running coaches en een uitzinnig publiek. O en (hoe kan ik ze vergeten) heuvels! Heul veul heuvels. Dat is in een paar zinnen mijn beleving van de Nike Women’s half Marathon (NWM) die ik op 14 oktober liep in San Francisco.

Het was mijn eerste race in het buitenland en ik leerde dat lopen met een jet lag geen pretje is (de eerste 5km was ik duizelig en misselijk) en dat trainen in de Hollandse duinen je niet voorbereidt op het serieuze heuvelwerk. Maar wat heb ik genoten van de andere dames ‘Goooo Team!’ en mensen langs het parcours ‘Come on girl, you are doing great!’. Beetje overdreven misschien, maar ik kreeg er energie van op de momenten dat ik het zwaar had. De Amerikaanse hysterie ontwaakte ook de drama queen in mij. Voor het eerst gooide ik m’n armen in de lucht toen ik de finish over kwam.

Hoe lang ik er over heb gedaan? 1:51:38. Geen PR, maar ik ben tevreden. Dit keer liep ik voor een mooi verhaal. En dat kun je binnenkort lezen in Runner’s World.

Jullie zijn verliefd

‘Het wordt iets later. Hmmm, slechte beurt…’, lees ik op m’n iPhone. ‘No worries’, sms ik terug terwijl ik, heel fashionably late, het café binnenloop waar we hebben afgesproken. Ein-de-lijk gaan J. en ik elkaar zien. Of weer eigenlijk. 3 jaar geleden, toen mijn wereld er nog heel anders uitzag, leerden we elkaar kennen. Deze zomer kregen we weer contact. Lang leve social media.

Love BirdsIk ga zitten aan een tafeltje op een hoge kruk. Als ik naar rechts kijk kan ik de deur van de ingang zien. M’n jas en tas leg ik op de kruk naast me. Ik bestel een Spa Rood en beantwoord m’n laatste mailtjes. Er verschijnt een sms in m’n scherm: ’20 minuten.’ Normaal heb ik er flink de pest in als iemand me zo lang laat wachten. Nu niet. Ik weet niet of dat goed of slecht is, maar het voelt in ieder geval wel lekker rustig. Ik loop naar buiten om m’n ouders te bellen om de tijd te doden.

Na een kwartier loop ik weer naar m’n tafeltje en check m’n Twitter timeline, Facebook pagina en surf wat op internet. ‘Zit je al lang te wachten?’. Opeens staat J. naast me. Ik sta op van m’n kruk en geef hem 3 zoenen. Jeetje, wat is hij lang. Dat was ik helemaal vergeten. ‘Valt mee, een kwartiertje ofzo,’ lieg ik. ‘Ik zit al een uur met m’n telefoon te spelen’, klinkt niet echt cool natuurlijk.

J. trekt z’n jas uit, gaat zitten en kijkt me aan met een grote glimlach. Wat een mooie mond heeft hij. Ook dat was ik vergeten. We praten over werk, reizen en onze dromen. Als hij aan het woord is kan ik alleen maar denken oooh hij is écht héél leuk terwijl ik m’n best doe niet schaapachtig te grijnzen zoals ik de afgelopen weken deed als ik een berichtje van hem las.

‘Willen jullie nog iets drinken? Dit is de laatste ronde’, zegt de serveerster. Wat? Is het al zo laat? Ik wil niet dat deze avond over gaat. Ooit. Ik kijk om me heen en zie dat het café op ons en 2 jongens na leeg is. ‘Nog eentje dan?’, zegt J. ‘Oké’, zeg ik.

Als we onze wijn op hebben lopen we naar buiten. Het personeel dat staat te roken wenst ons een goede nacht. Ik pak m’n fiets en loop met J. mee naar de tramhalte. Maar er rijden geen trams meer. ‘Dan pak ik zo een taxi.’ We lopen over de Overtoom met mijn fiets tussen ons in. ‘Ik moet hier af’, zeg ik. Zonder na te denken zoen ik hem. Joehoe! Hij zoent terug. En hoe!

Een jongen die voorbij fietst roept: ‘Jullie zijn verliefd!’

Foto: choicewallpaperss.blogspot.com

De plastic pluggen van IKEA

‘Heb jij zin om te helpen een PAX-kast in elkaar te zetten? Nee is een heeeeeel begrijpelijk antwoord hoor!’, mailt vriendin L. Ze heeft een vriendje, waarom vraagt ze hem niet? Dan lees ik dat hij het weekend druk is met meisjeskonten kijken bij een of andere miss verkiezing. Ik weet nu wie ik kan vragen te helpen met m’n kozijnen verven dus mail ik terug: ‘Natuurlijk kom ik je helpen’.

Als ik bij vriendin L. kom, zit ze op de grond en telt zorgvuldig het aantal schroeven en pluggen. ‘Het klopt’, zegt ze opgelucht. ‘Muziekje aan en we kunnen beginnen’, zeg ik. ‘Chill of power?’ ‘Powerrrr!’

‘We schroeven eerst deze twee kanten in elkaar en dan zetten we hem rechtop en monteren de rest’, instrueert L. We tellen gaatjes, schroeven en timmeren en zetten de kast overeind. ‘Gaat best goed hè?’, zegt L. verbaasd. ‘Hartstikke goed’, zeg ik zelfverzekerd. ‘Alleen de planken, roedes en lades nog en we zijn klaar!’

pax‘Deze la komt hier’. L. pakt een plastic la met 6 vakjes. ‘Hier komen m’n strings en broekjes en daar m’n accessoires. M’n beha’s komen in die andere la.’ Ze demonstreert hoe ze mooi achter elkaar op kleur opgeborgen worden. Ik denk aan m’n rommel ondergoed la en glimlach ietwat jaloers.

Samen hangen we de la met vakjes op z’n plek. Doinggg! We hebben de geleider op z’n kop gemonteerd. ‘Nee’, gilt L. als ze de la oppakt. De schotjes voor de vakjes zijn gebroken. Ik krijg het een beetje warm. Was het mijn schuld?

Nog een la, nieuwe kansen. Ik lees het papier met instructies en monteer de pluggen. Dan hangen we de la in de geleiders. Op de plek waar de la in de geleider moet vallen zitten plastic plugjes die ik er zojuist heb ingestopt. ‘Stond dat in de handleiding?’, vraagt L. geïrriteerd. ‘Volgens mij wel’. We keren de la om en pakken de instructies erbij. ‘Uhm, niet dus,’ zeg ik. ‘Maar het leek zo logisch. Waar moeten ze anders in?’ L. probeert met haar tanden de plugjes uit de gaten te krijgen. Ik zucht sorry en hoe ik zo stom kon zijn. ‘Heb je een dun mesje of iets?’, opper ik. L. komt terug uit de keuken met een olijfvorkje en wipt de plugjes er uit. Pfiewwww!

Een half uur later hangen de lades, roedes en planken op hun plek. ‘Mooi he?’ zegt L. terwijl ze een paar bloesjes ophangt. ‘Prachtig!’, zeg ik.

Als ik naar huis ga liggen de plastic plugjes nog ergens op de grond.

Happy

Toen ik een jaar of 10 geleden in de Cosmopolitan, Elle, Marie Claire of wat voor vrouwenblaadje ook artikelen las over hoe geweldig blij vrouwen van 30 waren dat ze geen 20 meer waren, dacht ik altijd wat een crap. Die artikelen stonden vol met uitspraken als:

Print‘Ik ben nu eindelijk blij met mezelf.’
‘Ik weet nu wat ik wil en wat ik niet wil.’
‘Ik ben dan misschien niet meer zo strak als 10 jaar geleden, ik zit veel beter in m’n vel.’

Wat een gelul. Jullie zijn gewoon jaloers. Jullie krijgen rimpels, hangbuiken en rammelende eierstokken. En eigenlijk willen jullie het liefst weer 20 en strak zijn zoals de meisjes waar jullie vriendjes en mannen altijd naar zullen blijven hunkeren. Maar omdat dat onmogelijk is en een zuur wijf vele malen erger is dan een oud wijf, doen jullie net alsof jullie heel happy zijn met jezelf. Zo van jullie zijn misschien nog jong en aantrekkelijk, wij zijn volwassen en gelukkig enzo.

Nu moet ik toegeven dat ik in het laatste jaar als twintiger besefte dat de dames die nu de 40 gepasseerd zijn best wel eens gelijk konden hebben. Hoewel m’n leven er totaal anders uitziet dan ik 10 jaar geleden had bedacht (geen eigen huis, auto, man, leuke spaarrekening) en ik dingen doe waarvan ik dacht dat je die echt niet meer kon doen (met roze pennen schrijven, hello kitty ondergoed dragen, met een knuffel slapen) ben ik happy.

Als ik de komende 10 jaar in de Red en Linda lees hoe blij vrouwen van 40 zijn dat ze geen 30 meer zijn, zal ik geloven dat ze dankbaar zijn voor hun opvliegers en niet meer hoeven te dubben over wel of geen kinderen.

Wijsheid komt met de jaren. Dus toch.

Deze column is op 27 juli 2010 gepubliceerd op Viva.nl.

‘We zijn niet flauwgevallen’

Au!!! Ik kijk naar het bloed dat uit m’n duim gutst. En naar een los stuk vel. Ik word licht in m’n hoofd. Vlug wikkel ik een stuk keukenpapier om m’n duim.  En veeg de bloeddruppels van het aardappelmesje waarmee ik de korst van de kaas wilde snijden.

M’n mobiel gaat. Het is vriendin F. Ik vertel over mijn ongelukje. Terwijl zij over haar weekend vertelt, zie ik het keukenpapier langzaam rood worden. Ik haal het eraf om de snee nogmaals te bekijken. ‘Dit is niet goed!’ roep ik. M’n maag keert zich om en ik voel dat ik wit wegtrek. Vriendin F. geeft instructies: ‘Bel de huisarts, dan krijg je een bandje en hoor je het nummer van de spoedhulp dan bel je die en dan hoor je wat je moet doen. En dan bel je mij terug.’ De mevrouw van de spoeddienst vertelt me dat ik naar de huisartsenpost in het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis moet.

In gedachten zie ik een dokter m’n  duim verbinden. Hij kijkt me aan met een ‘wat een aansteller en dat je me met zoiets op zaterdagmiddag lastigvalt’ blik. Dan zie ik naald en draad, nietjes, spuiten, heel veel bloed en een hand zonder duim. Ik bel vriend M. Hij is een van de weinige vrienden in Amsterdam met een auto. ‘Ik ben er over 10 minuten’, zegt hij resoluut. Daarna bel ik vriendin F. Ze beveelt me m’n duim hoog te houden en haar op de hoogte.

In het ziekenhuis komt een dunne blonde dame gekleed in het zwart op me af lopen. ‘Mevrouw Becker?’, zegt ze. Ze lijkt helemaal niet op een arts. Ze heeft niet eens een witte jas aan. Ik loop met haar mee naar een kamertje en laat m’n duim zien. ‘Die moet gehecht worden’, zegt ze. OMG! Ik denk aan hoe ik bewusteloos op de vloer lag bij de huisarts nadat hij een moedervlek van m’n been had gesneden en de huid had gehecht. Ik bel vriend M. die in de wachtkamer is blijven zitten. ‘Het moet gehecht worden en je moet me tegen me aan lullen, anders ga ik tegen de vlakte’, zeg ik. ‘Maar ik kan er ook helemaal niet tegen’, hoor ik twijfelend aan de andere kant. ‘Dan kijk je ook niet’.

duim

‘Dit voelt vervelend’, zegt de dokter terwijl ze de eerste verdoving in m’n duim prikt. Vervelend? Dit doet #$%@ pijn! Bij de tweede prik trekken alle spieren in m’n lijf samen. De neiging om de dokter een hoek te geven kan ik net onderdrukken. Ik voel tranen prikken achter m’n ogen. Ik kijk naar de zweetdruppeltjes op het voorhoofd van vriend M. Hij klopt bemoedigend op m’n schouder.

‘Voel je dit?’, vraagt de dokter terwijl ze met een instrument waarvan ik de naam niet weet op m’n duim tikt. ‘Jahaaa!’, roep ik. ‘Dan wachten we nog even’, zegt ze. Dat lijkt mij een heel goed idee. De tweede keer dat de dokter op m’n duim tikt doet het geen pijn. Ze begint met de hechting. Ik wend m’n hoofd af. Vriend M. praat tegen me. Ik praat terug maar weet eigenlijk niet wat ik zeg. Ik hoor hoe de dokter aan het draad trekt en de snee dichtnaait. Even later zegt ze: ‘Het is klaar hoor. Er zitten twee hechtingen in’. Ik kijk naar de grote witte pleister om m’n duim. ‘We zijn niet flauwgevallen!’, zeg ik trots.

De grote zomerliefdehoroscoop

Het lijkt wel een soort obsessie. Zodra ik een tijdschrift in m’n handen heb, móet ik meteen m’n horoscoop lezen. Dagelijks check ik op Elle.nl wat de sterren voor me in petto hebben. ‘Je zult op je instinct moeten afgaan en op je geluk moeten vertrouwen. En dat zal verbazingwekkend goed uitpakken.’ Pfiew, het gaat dus helemaal goed komen! En ik kan ongegeneerd wegzwijmelen bij voorspellingen als: ‘Als je iemand ontmoet die jouw dromen deelt, leer je een veel spannender leven kennen en dat smaakt naar meer’.

ElleM’n hart maakt dan ook een sprongetje als ik op de cover van het julinummer van Elle in grote letters zomerliefdehoroscoop lees. Met een haast alsof ik de envelop met daarin de uitslag van een examen open, ruk ik het plastic van de glossy. Mijn ogen glijden over de opsomming op de pagina Op de cover en stopt bij Zomerhoroscoop. Ik strijk met m’n vinger langs m’n lippen en blader naar pagina 74. Vlug scan ik de pagina en sla hem om tot ik Waterman zie staan. De tekst begint met: ‘Wat je wilt doen, kun je niet doen, wat je nu doet wil je niet. Deze zomer draait om het ontwarren van die knoop – om het creëren van een gelukkige relatie’. Hmm, herkenbaar. Vlug lees ik verder. ‘Eerst was het een eenvoudige zaak van balans zien te houden tussen werk en plezier, nu is er een vervelend financieel aspect bijgekomen’. Pfff, stom. En als ik verder lees wordt het er niet leuker op. Waarom geen voorspellingen als: ‘Deze zomer is alles wat je van een zomer wilt: licht, warm, speels, gepassioneerd, romantisch’. En: ‘Een nieuwe liefde brengt je rust en een leven vol nieuwe mogelijkheden’.

Teleurgesteld sla ik de Elle dicht. Geen voeding voor dromen, mijmeringen en fantasieën. Wel voor piekeren, malen en doemdenken. Gelukkig staan de sterren er volgende maand weer heel anders bij.

Hoe krijg ik hem stil?

‘Zou je misschien héél even een oogje in het zeil willen houden? Ik moet heel nodig naar het toilet. Ben zo terug!’ Ik zet m’n medium latte op tafel en kijk op van m’n krant. Voordat ik antwoord kan geven rolt het zwarte gevaarte mijn kant op. Twee blauwe ogen onder een bos blonde krullen kijken mij angstig aan. Een witte vlek op het shirtje verraadt wat het zojuist heeft gedronken.

Waarom ik? En niet die hippe vader die daar zo leuk met z’n dochter zit te keuvelen met een espresso en appelsap met een rietje. Of die oudere dame met rode bril die zo vredig over haar grande cappuccino staart?

Als het maar niet begint te huilen. Oh nee, dat is natuurlijk de goden verzoeken. Het onderlipje begint al te trillen. Het mondje gaat open. Er komt een hartstochtelijk geblèr uit. Traantjes biggelen in hoog tempo over de roze wangetjes. Damn, het zal ook niet. Maar ach gossie, het is best een aandoenlijk ventje. Of is het geen jongetje? Hoe oud zou hij zijn? 1, 2 misschien zelfs 3? Maakt ook niet uit, hoe krijg ik hem stil?

‘Ach stil maar. Mama is zo terug.’ Is het enige wat ik kan verzinnen. Misschien moet ik de kinderwagen heen en weer wiegen. Dat heb ik moeders vaker zien doen. Of doe je dat alleen bij baby’s? Tot welke leeftijd ben je eigenlijk baby? Doet er nu ook niet toe. Hoe krijg ik dit kind stil?

Hé, hij heeft een knuffel in z’n wagentje liggen! Ik pak het pluche lammetje en houd het voor z’n gezicht. ‘Kijk eens? Wie is dat?’ En ik maak een hupsend gebaar met het knuffelbeest. Huh? Praatte ik nu anders? Normaal komen er tonen uit m’n keel die toch een paar octaven lager klinken. Dit lijken wel de hutchi kutchi-geluiden waar ik me normaal gesproken zo aan erger wanneer moeders en oma’s over een kinderwagen buigen en met hun vingers in buikjes prikken.

De betraande blauwe ogen kijken me vragend aan. Het mondje gaat weer dicht. De Teletubbies herhalen alles tot in den treuren hoorde ik een collega ooit zeggen. ‘Wie is dat nou?’ Het lammetje loopt in de lucht op het ventje af. Een klein lachje verschijnt op het mondje.

‘Oh kijk! Daar is mama al weer!’ Mama glimlacht, zegt dankjewel en rijdt het zwarte gevaarte naar buiten.

Zo, dat ging best aardig. Opgelucht neem ik een slok van m’n latte en buig ik me weer over de krant.

Foto: Varbak.com

Fantaseren over de schrijver op de Overtoom

Als ik over de Overtoom naar huis fiets kijk ik altijd of hij er zit. De schrijver. Op twee hoog aan een bureau in een erker. Z’n gezicht verstopt in een groot wit beeldscherm. Niet zo’n stylish plat ding, maar een enorm bakbeest met een toeter aan de achterzijde waar dikke grijze snoeren uitkomen. De kamer verlicht door het flauwe blauwe schijnsel van het bakbeest. Soms tuurt hij uit het raam. Mijmerend over prachtige volzinnen of een spectaculair plot.

Tenminste, dat denk ik. Misschien is de beste man wel een enorme nerd. En probeert hij voor z’n lol al járen de Nederlandsche Bank te kraken. Of is hij boekhouder. En is hij bezig met de administratie van een hele rits alleenstaande vrouwen. ’s Avonds helpt hij dames die net zijn verlaten door hun man met het invullen van belastingpapieren. Niet dat hij de extra verdiensten nodig heeft. Nee, hij hoopt dat de vrouwen hem na het doornemen van de administratie een glas wijn aanbieden. En nog een. Dat ze vervolgens hun hart uitstorten en hij een vriendschappelijke arm om ze heen kan slaan. Ze mag troosten. En – als hij geluk heeft – beminnen. Of misschien zit de man wel gewoon naar hoogblonde naakte rondborstige dames met opgespoten lippen te kijken.

Voor mij is hij schrijver. En bezig met een roman. Dit moet z’n debuut worden. Zou hij mij ook zien? Hé, daar heb je het meisje op de witte omafiets. Jemig waarom fietst ze zo hard? Leuke rode cowboylaarzen. Kijkt ze nu omhoog?

Over een paar jaar sta ik bij de Selexyz aan het Koningsplein met een exemplaar van De plattelandsdochter in m’n handen. Aangespoord door lovende recensies in de media en enthousiaste vrienden. Thuis gekomen nestel ik me in m’n huispak op de bank en sla het boek open. Terwijl ik een slok jasmijn thee neem lees ik op pagina 67 ‘Met haar rode cowboylaarzen trapt ze driftig de pedalen van haar witte omafiets rond.’

Hoop niet dat ik de schrijver ooit ergens tegenkom. Dat hij ineens naast me staat aan de bar in een T-shirt van Verhuisbedrijf Brinkman & Zn, een biertje bestelt en tegen m’n borsten begint te lallen. Dan zijn m’n fietstochtjes over de Overtoom ineens een stuk minder leuk.

Foto: Minispace

Deze column is op 5 november 2009 gepubliceerd in De Pers.