Camping Drek & Blubber

Om me heen is het the talk of the town: Lowlands. De kaartverkoop is begonnen. Ga je, met wie en heb je al kaarten? The Prodigy komt he?! Ik wil ook. Maar ik durf niet. Ik zit in een spagaat tussen twee flashbacks. Al elf jaar.

Ik was zestien en wilde met twee vriendinnen naar Pinkpop. Onze ouders wilden dat niet. Tot we de magische leeftijd van achttien jaar hadden bereikt, moesten we het doen met Dolf Jansen die ons liet zien hoe het dáár was. Op de TV in de slaapkamer van vriendin M. zagen we onze helden en favo bands optreden: Radiohead (zanger Thom Yorke verkeerde in zulke hoge sferen dat hij niet doorhad dat een enorme draad speeksel zijn mond met de microfoon verbond), K’s Choice, Skunk Anansie, Alanis Morissette, Bush (onze monden waren via kwijl en de TV verbonden aan Gavin Rossdale) Underworld en The Prodigy. We sprongen op onze Dr. Martens. Zongen de longen uit ons lijf: I’m not an aaaaaddiiiiiiiiiiiiiiiiiiiict!!! Headbangden. Dronken cola en rookten Drum mild. We waren dé rock chicks op ons eigen mini festival.

Een jaar later was ik aan het tienertoeren met vriendin M. Samen met vriendin F. zochten we vrienden op die vakantie vierden op de inmiddels opgedoekte Camping Dijk & Burg (aka Camping Drek & Blubber) in Noordwijk. Ik had er niet bij stilgestaan dat de omstandigheden en faciliteiten zouden afwijken van de drie sterren campings in Frankrijk waar ik elke zomer met m’n ouders stond. Geen keurige groene grasvelden met Kip caravans en De Waard tenten. Maar een groot modderveld met leger-, party-, en iglotenten en aftandse vouwwagens. En honderden (toen nog) gele kratjes Heineken. Gestapeld in metershoge torens, trappenhuizen en burchten. Geen net sanitair met warm water, maar plees vol kots, stront en blubber. En ellenlange rijen voor de douches waar slechts een piesstraaltje koud water uitkwam. Ook als je er een muntje ingooide. Toen ik ’s ochtends op een luchtbed de tent uitdobberde en m’n voet in een mengsel van blubber en braaksel doopte, nam ik me één ding voor: ik ga noooooooooit, maar dan ook nooooooooit meer in Nederland kamperen. En zeker niet op een camping met drek, blubber en kotsende mensen.

Niemand die ik ken heeft het nog over Pinkpop waar je tenminste ook met een dagkaart naar toe kan. Wel over Lowlands. Ik geef mezelf nog één jaar. Als het dan nog niet is gelukt m’n vrees voor campings met drek, blubber en kots te overwinnen geef ik het op. Dan haal ik m’n Dr. Martens van zolder en waan ik me weer even de rock chick op m’n eigen mini festival. Lang niet zooo geweldig als dáár. Maar tenminste wel met droge voeten en schoon toilet.