Yoga is goed om je lijf soepel te houden en helemaal als je hardloopt en je zulke korte beenspieren hebt als ik. Ik heb een enkel- en kuitbeenblessure en al bijna 2 maanden niet gerend. Ik wil dolgraag naar yoga maar ik durf niet.
7 jaar geleden volgde ik een paar lessen. In mijn klas legden 60-plus dames moeiteloos hun handen plat op de grond. Ik was de jongste en kreeg m’n benen niet eens gestrekt! Ik hou er niet van de stumper van de klas te zijn, dus stopte ik.
Maar ik hou meer van hardlopen dan dat ik er niet van hou de stumper van de klas te zijn. Daarom geef ik mezelf een schop onder m’n kont richting de yogastudio om de hoek voor een proefles. De ruimte is licht met een houten vloer. Het ruikt er fris en zoet. Een man met een lange grijze staart praat met de yogalerares. Hij doet me denken aan een Zen Master die zonder centje pijn 5 dagen op een berg kan zitten mediteren.
We beginnen met een oefening op een opgerold yogamatje waar we met onze onderrug langzaam over heen bewegen. Dat gaat best makkelijk. En het voelt ook prettig. Alsof m’n rug langer wordt. In m’n ooghoek zie ik de Zen Master worstelen om z’n benen in de lucht te krijgen. Goh, hij is dus niet zo lenig als ie er uitziet.
Dan moeten we een bankje pakken. Voordat ik me kan afvragen wat we daarmee gaan doen, vliegen er benen rondom me de lucht in. Oh nee, ik moet op m’n hoofd gaan staan! M’n klasgenoten staan met gesloten ogen met hun benen in de lucht. Hé, dat ziet er best indrukwekkend uit. Heel zen. De yogalerares komt naar me toe en instrueert hoe ik m’n schouders op het bankje zet en m’n hoofd tussen de plankjes steek. Voorzichtig zet ik af en steek m’n benen in de lucht.
Wiehaa, ik sta op m’n hoofd! Ik voel dat ik rood aanloop. Nog roder. Ik sluit m’n ogen om de druk in m’n hoofd weg te zennen maar zo zen ben ik (nog) niet. Ik laat m’n benen zakken en ga staan.
‘Netjes hoor’, zegt de yogalerares. ‘Dat lukt lang niet iedere beginner. Kom je volgende week weer?’
Ja, leuk!
Ik ga Gijsje redden. Ik zie mezelf al zitten met Gijsje op schoot terwijl ik de eigenaresse bel. Zielsgelukkig spurt ze met haar kattenmand naar mijn huis. Met een verterende glimlach kijk ik toe hoe het beest en zijn baasje worden herenigd.
Wat ben ik ook een sukkel. Natuurlijk hebben ze zich in bijna iedere fysiotherapiepraktijk in Nederland afgevraagd of mix McDreamy McSteamy bij hun werkt.
OMG, dit is McDreamy. Nee, McSteamy. Nee, een kruising. Maar dan jonger. Als hij maar niet Peter is. Laat hem please, please, please niet Peter zijn. ‘Ze zijn nog bezig in de oefenruimte maar je kunt alvast doorlopen hoor,’ zegt mix McDreamy McSteamy tegen de kakikleurige broek met sportschoenen. Pfiew! Als ik m’n blik vlug weer in de Vrij Nederland richt zegt ie m’n naam. Schoorvoetend loop ik de behandelkamer binnen.
‘Ik ben nu eindelijk blij met mezelf.’
Oh nee, hij komt nog dichterbij. Als een luipaard die zijn prooi gadeslaat, zijn bek aflikkend bij de gedachte dat hij straks zijn tanden in een lekker hapje zet. Als een opgejaagde hinde versnel ik. Maar daar is ie al. Hij loopt nu naast me. Met een schuin oog inspecteer ik m’n achtervolger. Kort grijs haar, ongeschoren, een bril en minstens 55 plus. Die kan ik mak-ke-lijk aan! Ik zet nog een tandje bij. Haha, pak aan! Kun je wel, jonge vrouwen opjagen? Maar in plaats van dat hij langzaam verdwijnt in een zwart stipje in de verte, hoor ik z’n gesnotter nog steeds. Hij rent nu schuin achter me.
Weer open ik het inschrijfformulier. Ik heb nooit langer dan 2 uur gerend! Hoe houd ik ooit het dubbele plus nog een beetje vol? Dit is waanzin! Het is de dertigste editie lees ik. Da’s wel mooi natuurlijk. Het jaar dat ik dertig word m’n eerste marathon lopen tijdens de dertigste marathon van Rotterdam. Ik vul m’n voornaam in. Hoe lang zou ik geen wijn mogen drinken? Ik zie mezelf op een feestje staan en met een ingevallen bekkie nippen aan een Spa rood. M’n vinger klikt weer op het kruisje. Het is de eerste dag dat je je kunt inschrijven. Ik kan nog best even wachten.