Het is even wennen, samen hardlopen met je lief. Ik heb nooit geprobeerd J. aan het hardlopen te krijgen (straks denken z’n vrienden en familie dat ik een drilsergeant ben die hem naar buiten stuurt om rondjes door de buurt te draven), maar een vriendin die een paar keer per week met een blij hoofd van de endorfine thuiskomt lijkt aanstekelijk te werken.
Het scheelde niet veel of het hardloopvirus had ook vriendlief te pakken, maar het ik-ben-’s avonds-laat-thuis en ik-ben-geen-ochtend-renner smoezenvirus was sneller. Het tweewekelijkse rondje werd één rondje per week, één rondje per week één rondje per twee weken en één rondje per twee weken één rondje per maand. Dus toen we laatst een weekend in Oslo waren en ik ’s ochtends in alle vroegte wilde hardlopen en J. er op stond mij te vergezellen dacht ik: als dat maar goed gaat.
Na nog geen kilometer rennen door de straten van de Noorse hoofdstad bleek het samen hardlopen niet de uitdaging van deze grauwe zaterdagochtend, maar het samen hardlopen in een vreemde stad. ‘Gaat het?’ en ‘Je zegt het hè als je even wilt wandelen?’ werden al snel opgevolgd door: ‘Weet je zeker dat we die kant op moeten?’, ‘Zullen we even op de plattegrond kijken?’ en ‘Ik zei toch dat we die kant op moesten!’. Op zo’n moment is iets triviaals als een niet werkende camera en zich daarover opwindende man voldoende om de drama queen met pruillip in mij wakker te schudden. ‘Ik vind er niiieeeets aan zoooo. Het is hier zoooo mooooooi maar we genieten er niet eeeeeens van.’
De opgetrokken wenkbrauwen van voorbijgangers deden me beseffen dat we een-samen-met-de-auto-op-vakantie-naar-Frankrijk-zonder-TomTom scene aan het opvoeren waren, maar dan al hardlopend door Frognerparker met een verfrommelde stadsplattegrond. En dat die TomTom heel wat relaties leuk heeft gehouden. ‘Liefje, laten we teruggaan naar het hotel. Wij gaan pas weer samen hardlopen in een vreemde stad als TomTom ook hardlooproutes navigeert.’
Foto: Worldofdiets.com


Ik ga zitten aan een tafeltje op een hoge kruk. Als ik naar rechts kijk kan ik de deur van de ingang zien. M’n jas en tas leg ik op de kruk naast me. Ik bestel een Spa Rood en beantwoord m’n laatste mailtjes. Er verschijnt een sms in m’n scherm: ’20 minuten.’ Normaal heb ik er flink de pest in als iemand me zo lang laat wachten. Nu niet. Ik weet niet of dat goed of slecht is, maar het voelt in ieder geval wel lekker rustig. Ik loop naar buiten om m’n ouders te bellen om de tijd te doden.
Na een paar sprintjes slingeren we als apen over een klimrek. Tenminste, dat is de bedoeling. Na 1 slingerpoging sta ik weer op de grond. ‘Kom op! Doorgaan!’ De personal trainer houdt m’n benen vast. Ik kan moeilijk opgeven met een drilsergeant die me in z’n greep houdt. Als ik eindelijk mag loslaten kijk in m’n handen. 5 blaren.
‘Deze la komt hier’. L. pakt een plastic la met 6 vakjes. ‘Hier komen m’n strings en broekjes en daar m’n accessoires. M’n beha’s komen in die andere la.’ Ze demonstreert hoe ze mooi achter elkaar op kleur opgeborgen worden. Ik denk aan m’n rommel ondergoed la en glimlach ietwat jaloers.