Relatietest: hardlopen zonder TomTom

Het is even wennen, samen hardlopen met je lief. Ik heb nooit geprobeerd J. aan het hardlopen te krijgen (straks denken z’n vrienden en familie dat ik een drilsergeant ben die hem naar buiten stuurt om rondjes door de buurt te draven), maar een vriendin die een paar keer per week met een blij hoofd van de endorfine thuiskomt lijkt aanstekelijk te werken.

Het scheelde niet veel of het hardloopvirus had ook vriendlief te pakken, maar het ik-ben-’s avonds-laat-thuis en ik-ben-geen-ochtend-renner smoezenvirus was sneller. Het tweewekelijkse rondje werd één rondje per week, één rondje per week één rondje per twee weken en één rondje per twee weken één rondje per maand. Dus toen we laatst een weekend in Oslo waren en ik ’s ochtends in alle vroegte wilde hardlopen en J. er op stond mij te vergezellen dacht ik: als dat maar goed gaat.

Na nog geen kilometer rennen door de straten van de Noorse hoofdstad bleek het samen hardlopen niet de uitdaging van deze grauwe zaterdagochtend, maar het samen hardlopen in een vreemde stad. ‘Gaat het?’ en ‘Je zegt het hè als je even wilt wandelen?’ werden al snel opgevolgd door: ‘Weet je zeker dat we die kant op moeten?’, ‘Zullen we even op de plattegrond kijken?’ en ‘Ik zei toch dat we die kant op moesten!’. Op zo’n moment is iets triviaals als een niet werkende camera en zich daarover opwindende man voldoende om de drama queen met pruillip in mij wakker te schudden. ‘Ik vind er niiieeeets aan zoooo. Het is hier zoooo mooooooi maar we genieten er niet eeeeeens van.’

De opgetrokken wenkbrauwen van voorbijgangers deden me beseffen dat we een-samen-met-de-auto-op-vakantie-naar-Frankrijk-zonder-TomTom scene aan het opvoeren waren, maar dan al hardlopend door Frognerparker met een verfrommelde stadsplattegrond. En dat die TomTom heel wat relaties leuk heeft gehouden. ‘Liefje, laten we teruggaan naar het hotel. Wij gaan pas weer samen hardlopen in een vreemde stad als TomTom ook hardlooproutes navigeert.’

Foto: Worldofdiets.com

Nieuwe buren

Ik sta met lief J. op het dakterras van een prachtig herenhuis. We zijn op de housewarming van een vriend van J. en raken in gesprek met de buren van de gastheer: een vlot stel van begin 40 met 2 kids.

‘O dat is vast wennen’, zegt de vrouw als ik vertel dat ik net van Amsterdam naar Den Haag ben verhuisd. Ze vertelt dat ze Den Haag zo vreselijk saai vond toen zij 10 jaar geleden van Amsterdam naar Den Haag verhuisde om te gaan samenwonen. ‘Dat is nu anders hoor!’, zegt haar man. ‘Het is geen Amsterdam natuurlijk, maar er zijn nu veel meer uitgaansgelegenheden.’ ‘Ik vind het juist heerlijk rustig hier’, zeg ik. De man lijkt niet in de gaten te hebben dat ik het Haagse uitgaansleven niet zo boeiend vind en praat enthousiast verder over de geweldige feestjes in de strandtenten vlakbij de haven.

Ondertussen is J. druk in gesprek met de vrouw. Ze heeft een pleister op haar kin en een stuk van haar tand en vertelt dat ze de vorige avond van haar fiets is gevallen toen ze na een borrel met collega’s naar huis fietste. ‘Je denkt toch niet dat ik er altijd zo uitzie?’, giechelt de vrouw. Ze legt even haar hand op de arm van J. Is ze aan het flirten? De vrouw strijkt met haar hand door haar haar. Ja. Ze is aan het flirten. Definitely. Heeft ze nou geen beha aan?

Haar man lijkt zich niet te storen aan haar geflirt. Integendeel zelfs. Hij grijnst van oor tot oor en alsof er zojuist een startschot is afgegaan, komt hij dichter bij me staan. ‘Bevalt Den Haag een beetje?’. ‘Ja. Het is hier een stuk rustiger en groener. Ik loop graag hard en ik vind het fijn dat ik zo naar het strand en het bos kan rennen.’ ‘Ben jij zo’n sportief typje?’. De man staat nu zo dichtbij dat zijn arm de mijne raakt.

‘Zullen we gaan?’, vraagt J. ‘Ja, het is de hoogste tijd’, zeg ik. ‘Veel geluk in Den Haag schat,’ zegt de man. Noemde hij me schat? Wat een rare. ‘Dankjewel’, zeg ik met een flauwe glimlach. ‘Fijne avond verder.’

Heb jij Nieuwe Buren van Saskia Noort gelezen?’, vraag ik J. als we op de fiets stappen. ‘Volgens mij wel.’
‘Dit is net zo’n stel als Steve en Rachel. Die vrouw zat echt onwijs met jou te flirten!’
‘Echt niet.’
‘Echt wel.’
‘Die man zat met jou te flirten.’
‘Echt niet.’
‘Echt wel.’
‘Ik vind het een raar stel.’
‘Ik ook.’
‘Misschien moeten we je vriend en z’n vriendin waarschuwen.’
‘Waarvoor?’
‘Dat ze niet raar moeten opkijken wanneer bij de buurtborrel sleutels op tafel worden gegooid.’
‘Sleutels?’
‘Ja. Voor een sleutelparty.’
‘Jouw fantasie slaat weer eens op hol, liefje.’
‘Hmm.’
‘Maar dat leidt nog wel eens tot een leuk stukje.’

Virtueel genot

Nee, ik heb écht geen shopverslaving. Ik hou gewoon heel erg van winkelen. Ook om alleen te kijken. Ik kan rustig een hele avond het ene virtuele winkelwagentje na het andere volladen. O dat roze truitje staat enig bij die jeans. En die pumps passen perfect onder m’n LBD (little black dress voor de non-fashionata’s). Nee, ze passen onder álle LBD’s in m’n kast. Hoe handig is dat?! En dat grijze vestje kan ik mooi combineren met m’n nieuwe chino broek. Dat gebloemde jurkje doet het heel leuk op een strandfeestje. Een basic wit T-shirt, daar kun je er niet genoeg van hebben. Toch?

‘Het totaalbedrag van uw aankopen is 389 euro’, staat er bij de kassa. Ik klik op het kruisje in de rechterbovenhoek van het scherm en zucht voldaan. Ik heb heerlijk geshopt en geen cent uitgegeven. In de stad lukt me dat nooit.

Oké, oké. Af en toe reken ik na een online shopsessie wél af. Na het invullen van m’n creditcardgegevens is het wachten op kick 2: het in ontvangst nemen en bekijken van de buit. Minpuntje is dat je nooit precies weet wanneer je nieuwe aanwinsten worden bezorgd en m’n buren zich zorgen om mij beginnen te maken.

‘Dit werd bij ons afgegeven’, zegt de buurman. Ik neem de zwart-witte tas waar in rode letters H&M op staat aan. ‘Zijn die allemaal van jou?’, vraagt hij terwijl ie een blik werpt op de rijen laarzen, pumps, ballerina’s, sneakers, hardloopschoenen en flipflops in m’n hal. ‘Eh ja’, zeg ik een beetje beschaamd. ‘Nog een paar erbij?’, zegt hij. ‘Nee, dit zijn kleren.’ Ik voel me weer 17 en hoor m’n moeder zeggen ‘Wéér een nieuwe broek?.’ Ik bedank de buurman nogmaals voor het aannemen en langsbrengen van het pakketje en doe vlug de deur dicht.

2 weken later bel ik 3 deuren verderop aan met een briefje van TNT post in m’n hand. ‘Hallo, hebben jullie een pakketje voor mij in ontvangst genomen?’, vraag ik door de intercom. ‘Ben jij het schoenenmeisje?’, zegt de mannenstem aan de andere kant. ‘Uhm. Nou. Ja.’ Ik loop de trap op, pak de doos aan en spurt naar huis.

Die schoenen moeten uit de hal. En ik moet maar weer in echte winkels shoppen. Straks denkt de hele buurt dat ik shopverslaafd ben.

Jullie zijn verliefd

‘Het wordt iets later. Hmmm, slechte beurt…’, lees ik op m’n iPhone. ‘No worries’, sms ik terug terwijl ik, heel fashionably late, het café binnenloop waar we hebben afgesproken. Ein-de-lijk gaan J. en ik elkaar zien. Of weer eigenlijk. 3 jaar geleden, toen mijn wereld er nog heel anders uitzag, leerden we elkaar kennen. Deze zomer kregen we weer contact. Lang leve social media.

Love BirdsIk ga zitten aan een tafeltje op een hoge kruk. Als ik naar rechts kijk kan ik de deur van de ingang zien. M’n jas en tas leg ik op de kruk naast me. Ik bestel een Spa Rood en beantwoord m’n laatste mailtjes. Er verschijnt een sms in m’n scherm: ’20 minuten.’ Normaal heb ik er flink de pest in als iemand me zo lang laat wachten. Nu niet. Ik weet niet of dat goed of slecht is, maar het voelt in ieder geval wel lekker rustig. Ik loop naar buiten om m’n ouders te bellen om de tijd te doden.

Na een kwartier loop ik weer naar m’n tafeltje en check m’n Twitter timeline, Facebook pagina en surf wat op internet. ‘Zit je al lang te wachten?’. Opeens staat J. naast me. Ik sta op van m’n kruk en geef hem 3 zoenen. Jeetje, wat is hij lang. Dat was ik helemaal vergeten. ‘Valt mee, een kwartiertje ofzo,’ lieg ik. ‘Ik zit al een uur met m’n telefoon te spelen’, klinkt niet echt cool natuurlijk.

J. trekt z’n jas uit, gaat zitten en kijkt me aan met een grote glimlach. Wat een mooie mond heeft hij. Ook dat was ik vergeten. We praten over werk, reizen en onze dromen. Als hij aan het woord is kan ik alleen maar denken oooh hij is écht héél leuk terwijl ik m’n best doe niet schaapachtig te grijnzen zoals ik de afgelopen weken deed als ik een berichtje van hem las.

‘Willen jullie nog iets drinken? Dit is de laatste ronde’, zegt de serveerster. Wat? Is het al zo laat? Ik wil niet dat deze avond over gaat. Ooit. Ik kijk om me heen en zie dat het café op ons en 2 jongens na leeg is. ‘Nog eentje dan?’, zegt J. ‘Oké’, zeg ik.

Als we onze wijn op hebben lopen we naar buiten. Het personeel dat staat te roken wenst ons een goede nacht. Ik pak m’n fiets en loop met J. mee naar de tramhalte. Maar er rijden geen trams meer. ‘Dan pak ik zo een taxi.’ We lopen over de Overtoom met mijn fiets tussen ons in. ‘Ik moet hier af’, zeg ik. Zonder na te denken zoen ik hem. Joehoe! Hij zoent terug. En hoe!

Een jongen die voorbij fietst roept: ‘Jullie zijn verliefd!’

Foto: choicewallpaperss.blogspot.com

Rondje billen en borsten

‘Een vriend van me rent niet meer in het Vondelpark’, zegt vriendin L. ‘Daar lopen te veel lekkere wijven volgens hem en dat leidt af’. Huh? Ik ren een paar keer per week rondjes door het Vondelpark en er lopen inderdaad veel vrouwen. Meer dan mannen. Maar zijn de mannen dan allemaal bezig met de dames die er rondrennen? Als ik vriend R. vertel over wat ik via vriendin L. heb vernomen zegt ie met een grijns: ‘Er is een billen- en een borstenrondje. Met de klok mee zie je meer borsten, andersom meer billen. En dan moet je natuurlijk wel doorlopen, want dan zie je meer.’ 

OMG. Wat ben ik naïef. Ineens denk ik aan de scène uit Flodder waarin Kees naar tennissende dames kijkt en ze naakt inbeeldt. Dansende paardenstaarten, op en neer bewegende borsten en wiegende billen. Sportende vrouwen roepen erotiek op. Terwijl vrouwen zichzelf juist a-sexy vinden met een rode plofkop en klotsende oksels.

Dit voorjaar kwam uit Brits onderzoek naar voren dat 24 procent van de hardlopers rent om te flirten. Dat heeft zelfs een naam: ‘flunning’ (running + flirten). 36 procent van de lopers heeft tijdens het rennen wel eens geflirt. 10 procent van de mannen denkt tijdens hardlopen aan seks tegenover 5 procent van de vrouwen. Als mijn gedachten enigszins die richting op bewegen denk ik: Fuck! Ik kan niet meer. Verder denk ik dingen als je hebt gister een emmer Ben & Jerry’s naar binnen gewerkt dus kom op nog 1 rondje, heb ik de deur wel op slot gedraaid, wat is de deadline van dat artikel ook al weer en past dat shirtje bij die nieuwe broek of zal ik nog even de stad ingaan zaterdag?

10 procent van de lopers heeft dagelijks seks, 3 procent zelfs 2 keer per dag. Dat is volgens het Britse onderzoek nogal wat in vergelijking met de ondervraagde niet-renners. Zij zijn minder dan eens per maand actief in de slaapkamer.

Ik voorspel dat de hardloophype z’n hoogtepunt nog lang niet heeft bereikt.

Dit blog verscheen op 1 september 2010 op het weblog van IN10 en op 8 september 2010 in De Pers. Op BNR Nieuwsradio spraken 2 presentatoren over de column.


Trainen met drilsergeant

Voor een reportage ben ik op bootcamptraining in het Westerpark. ‘Ik ben best een beetje nerveus,’ giechelt een meisje dat ook voor het eerst meedoet. ‘Ik hoorde verhalen over meisjes die moesten kotsen.’ Ook ik ben gespannen. Ik ben dan wel sportief, maar wordt dit niet te zwaar voor me? Mezelf opdrukken lukt me amper. Zelfs niet in de mietjesstand, op m’n knieën.

We rennen naar een grasveld voor de warming up: rondjes rennen, vooruit, achteruit, zijwaarts, knie heffen en met je hakken tegen je billen tikken. Daarna begint meteen het echte werk: push ups. ‘Nienke, buik aanspannen en kont naar beneden,’ roept de personal trainer. Als de rest klaar is, zucht ik ‘30’. Oké, het waren er hooguit 10. Gelukkig heeft de drilinstructeur niets in de gaten. Hij verdeelt de groep in beginners en gevorderden. Oef, ik hoor bij de beginners. ‘Nienke, meekomen!’ Zucht. Niet dus.

Over smalle paadjes van een spoorwegtaluud rennen we dwars door brandnetels en distels. Ik negeer de schrammen en striemen op m’n benen. Dit is bootcamp. Wéér opdrukken, het taluud oprennen, het rek bij het spoor aantikken en zigzaggend naar beneden hollen. ‘Voorzichtig Nienke! Zigzaggen! Te laat. Met een noodgang stort ik naar beneden. De trainer vangt me op. ‘Ik zeg niet voor niets dat je moet zigzaggen. Je kunt wel stoer hardlopen, maar dit is andere koek hè?‘

Bootcamp Na een paar sprintjes slingeren we als apen over een klimrek. Tenminste, dat is de bedoeling. Na 1 slingerpoging sta ik weer op de grond. ‘Kom op! Doorgaan!’ De personal trainer houdt m’n benen vast. Ik kan moeilijk opgeven met een drilsergeant die me in z’n greep houdt. Als ik eindelijk mag loslaten kijk in m’n handen. 5 blaren.

De groep rent alweer naar het volgende grasveld. We kruipen op handen en voeten over de grond. Kraaak. OMG! Mijn joggingbroek. Er springt een scheur in van m’n kruis tot m’n rechterbil. Neeeee! Wat gênant! Stoppen of doorgaan? Doorgaan. Een rode boei heb ik toch al. Op handen en voeten met m’n buik in de lucht. ‘We gaan stretchen’, hoor ik. Ik ga op m’n rug liggen en kijk dankbaar naar de hemel.
I did it!!!

Foto: Jens Olde Kalter

Opnieuw beginnen

Als die meneer voorbij is, ga ik wandelen. Echt. Nog een heel klein stukje. Het gaat best. Ik voel nog niets. Nee stoppen! Je hebt maanden getraind met een lullig elastiek om zo ver te komen. Straks verpest je het. Oké, wandelen. Ongeduldig kijk ik hoe de seconden wegtikken op het schermpje van m’n iPod.

Ik ren weer m’n rondje in het Vondelpark na een vervelende kuitbeenblessure. Nou ja, ren. Ik mag een paar minuten hardlopen en dan wandel ik een minuut. En dat herhaal ik zo vaak het schema aangeeft dat ik van m’n fysio kreeg.

Nog 20 seconden en dan mag ik weer. Een man rent me tegemoet. ‘Kom op!,’ roept ie met een brede grijns. Ik wil zeggen: ‘Ik heb een blessure! Ik heb een marathon gerend!’ In plaats daarvan probeer ik te glimlachen. Die poging resulteert in een vernietigende blik van een boer met kiespijn. De man loopt rap door.

Djiez, waarom fok ik mezelf zo op? Ik ren weer! Geniet! Ik haal diep adem en neem een rustig pad langs het water.

Ik denk aan de eerste meters dat ik hardliep, zo’n 6 jaar geleden. Op sneakers, in een trainingsbroek en grijze hoody. Na 2 minuten rennen keek ik uit naar de minuut wandelen. Ik denk aan het trotse gevoel toen ik voor het eerst 5km liep. Aan m’n eerste 10km wedstrijd tijdens de marathon van Rotterdam. En dat ik toen geen moment dacht dat ik 4 jaar later dezelfde finish zou halen met 42,195km in m’n benen. Al die momenten kan ik nu opnieuw beleven. Dat is geweldig! Toch?

De timer op m’n iPod geeft aan dat er 2 minuten voorbij zijn en ik begin weer te wandelen. Als de dame die ik zojuist inhaalde voorbij komt rennen, voel ik met m’n hand aan m’n knie. Waarom doe ik dat? Ik heb helemaal geen last van m’n knie! Alsof die vrouw het kan schelen dat ik wandel. En waarom kan mij het eigenlijk iets schelen?

Ik kijk weer naar de timer op m’n iPod. Het scherm is zwart. Nee! De accu is leeg. Pfff. Opnieuw beginnen is he-le-maal niet geweldig. Ik begin weer te rennen en loop aan een stuk door naar huis.

Alsof mannen het ook over ons hebben

‘Zullen we elkaar iets beloven vanavond?,’ vraag ik vriendin F. als we bij mij thuis zitten te eten voordat we gaan shoppen. ‘Uhm, wat dan?’ Ze kijkt ietwat argwanend. ‘Dat we het vanavond níet over mannen hebben. Ik ben ons gezeik over mannen zóóóóó zat!,’ verzucht ik. ‘De laatste weken hoor ik niets anders dan geklaag over slechte dates en lamballen van vriendjes. Mannen die met hun kind verschijnen op een eerste date zonder ooit ook maar genoemd te hebben dat ze er één hebben. Mannen die over trouwen en kinderen beginnen en een dag later met de noorderzon vertrekken. En mannen die voor alles en iedereen tijd maken behalve voor hun eigen vriendin. En ja, ik  kan er ook wat van. Maar we hebben toch genoeg andere LEUKE dingen om over te praten? En alsof die kerels het ook de godganse dag over ons hebben?! ‘

F. kijkt ietwat verbaast, maar zegt dan:  ‘Je hebt gelijk.  Maar mag die deal over 2 minuten ingaan? J. mailde vandaag en daar moet ik écht iets over kwijt.’ Ik richt m’n ogen naar de hemel en zucht ; Oké.’

‘De 2 minuten zijn om!’
‘Ik ben bijna klaar.’
‘Nee, ik ben er klaar mee.’
‘Ja maar…’
’2 minuten zijn 2 minuten.’
‘Maak je verhaal morgen maar af.’
‘Nouhou… Oké dan’.

Een uur later lopen F. en ik gearmd in de Kalverstraat. ‘Had ik al verteld dat J…’ Ik kijk m’n BFF bestraffend aan. ‘Oh ja…’ ‘Mag ik ook niets zeggen over mannen die voorbij lopen?’ ‘Over de billen van die ene grote donkere man in dat blauwe jack zeker? I know you too well honey,’ lach ik.

Als we uitgeshopt zijn ploffen we met onze tassen met aankopen op het terras. F. gaat naar de ladies room. Terwijl ik een slok van m’n witte wijn neem hoor ik een mannenstem achter mij zeggen:  ‘Het is een prachtige vrouw, maar ik weet gewoon niet wat ik met haar aan moet.’

‘Wat wilde je nog over J. vertellen?,’ vraag ik als F. terugkomt van het toilet.

De plastic pluggen van IKEA

‘Heb jij zin om te helpen een PAX-kast in elkaar te zetten? Nee is een heeeeeel begrijpelijk antwoord hoor!’, mailt vriendin L. Ze heeft een vriendje, waarom vraagt ze hem niet? Dan lees ik dat hij het weekend druk is met meisjeskonten kijken bij een of andere miss verkiezing. Ik weet nu wie ik kan vragen te helpen met m’n kozijnen verven dus mail ik terug: ‘Natuurlijk kom ik je helpen’.

Als ik bij vriendin L. kom, zit ze op de grond en telt zorgvuldig het aantal schroeven en pluggen. ‘Het klopt’, zegt ze opgelucht. ‘Muziekje aan en we kunnen beginnen’, zeg ik. ‘Chill of power?’ ‘Powerrrr!’

‘We schroeven eerst deze twee kanten in elkaar en dan zetten we hem rechtop en monteren de rest’, instrueert L. We tellen gaatjes, schroeven en timmeren en zetten de kast overeind. ‘Gaat best goed hè?’, zegt L. verbaasd. ‘Hartstikke goed’, zeg ik zelfverzekerd. ‘Alleen de planken, roedes en lades nog en we zijn klaar!’

pax‘Deze la komt hier’. L. pakt een plastic la met 6 vakjes. ‘Hier komen m’n strings en broekjes en daar m’n accessoires. M’n beha’s komen in die andere la.’ Ze demonstreert hoe ze mooi achter elkaar op kleur opgeborgen worden. Ik denk aan m’n rommel ondergoed la en glimlach ietwat jaloers.

Samen hangen we de la met vakjes op z’n plek. Doinggg! We hebben de geleider op z’n kop gemonteerd. ‘Nee’, gilt L. als ze de la oppakt. De schotjes voor de vakjes zijn gebroken. Ik krijg het een beetje warm. Was het mijn schuld?

Nog een la, nieuwe kansen. Ik lees het papier met instructies en monteer de pluggen. Dan hangen we de la in de geleiders. Op de plek waar de la in de geleider moet vallen zitten plastic plugjes die ik er zojuist heb ingestopt. ‘Stond dat in de handleiding?’, vraagt L. geïrriteerd. ‘Volgens mij wel’. We keren de la om en pakken de instructies erbij. ‘Uhm, niet dus,’ zeg ik. ‘Maar het leek zo logisch. Waar moeten ze anders in?’ L. probeert met haar tanden de plugjes uit de gaten te krijgen. Ik zucht sorry en hoe ik zo stom kon zijn. ‘Heb je een dun mesje of iets?’, opper ik. L. komt terug uit de keuken met een olijfvorkje en wipt de plugjes er uit. Pfiewwww!

Een half uur later hangen de lades, roedes en planken op hun plek. ‘Mooi he?’ zegt L. terwijl ze een paar bloesjes ophangt. ‘Prachtig!’, zeg ik.

Als ik naar huis ga liggen de plastic plugjes nog ergens op de grond.

Stumper van de klas

Yoga is goed om je lijf soepel te houden en helemaal als je hardloopt en je zulke korte beenspieren hebt als ik. Ik heb een enkel- en kuitbeenblessure en al bijna 2 maanden niet gerend. Ik wil dolgraag naar yoga maar ik durf niet.

7 jaar geleden volgde ik een paar lessen. In mijn klas legden 60-plus dames moeiteloos hun handen plat op de grond. Ik was de jongste en kreeg m’n benen niet eens gestrekt! Ik hou er niet van de stumper van de klas te zijn, dus stopte ik.

Maar ik hou meer van hardlopen dan dat ik er niet van hou de stumper van de klas te zijn. Daarom geef ik mezelf een schop onder m’n kont richting de yogastudio om de hoek voor een proefles. De ruimte is licht met een houten vloer. Het ruikt er fris en zoet. Een man met een lange grijze staart praat met de yogalerares. Hij doet me denken aan een Zen Master die zonder centje pijn 5 dagen op een berg kan zitten mediteren.

We beginnen met een oefening op een opgerold yogamatje waar we met onze onderrug langzaam over heen bewegen. Dat gaat best makkelijk. En het voelt ook prettig. Alsof m’n rug langer wordt. In m’n ooghoek zie ik de Zen Master worstelen om z’n benen in de lucht te krijgen. Goh, hij is dus niet zo lenig als ie er uitziet.

Dan moeten we een bankje pakken. Voordat ik me kan afvragen wat we daarmee gaan doen, vliegen er benen rondom me de lucht in.  Oh nee, ik moet op m’n hoofd gaan staan! M’n klasgenoten staan met gesloten ogen met hun benen in de lucht. Hé, dat ziet er best indrukwekkend uit. Heel zen. De yogalerares komt naar me toe en instrueert hoe ik m’n schouders op het bankje zet en m’n hoofd tussen de plankjes steek. Voorzichtig zet ik af en steek m’n benen in de lucht.

Wiehaa, ik sta op m’n hoofd! Ik voel dat ik rood aanloop. Nog roder. Ik sluit m’n ogen om de druk in m’n hoofd weg te zennen maar zo zen ben ik (nog) niet. Ik laat m’n benen zakken en ga staan.

‘Netjes hoor’, zegt de yogalerares. ‘Dat lukt lang niet iedere beginner. Kom je volgende week weer?’

Ja, leuk!